Bevrijd, maar toch dood
De bevrijding van Beek en Spaubeek op 17 en 18 september 1944 was reden tot uitzinnige vreugde, wilde feesten en ontluikende liefdes tussen Amerikaanse soldaten en Beekse meisjes.

Maar de bevrijding bracht ook rouw in diverse gezinnen. Op 15 september schoten de Amerikanen tijdens hun opmars een boerderij in brand in Beek-Oensel. De bewoner, Dominicus Voncken, vond daarbij de dood. Een verdwaalde granaatscherf trof een dag later in Spaubeek Marieke Rouland-Op den Camp in haar hoofd. Zij overleed ter plaatse.

Ook gebeurden er ongelukken door achtergebleven onontploft oorlogstuig. Granaten en ander gevaarlijk spul oefenden een grote aantrekkingskracht uit op kinderen en tieners. Op 20 september brachten jongens een granaat tot ontploffing bij de Geuldertoren, vlak bij het vliegveld. Bij de ontploffing verloren vier jongens het leven, onder wie Matthieu Solberg en Leo Spronken uit Neerbeek. Zes weken later was het opnieuw vreselijk raak. Op het terrein van de steenfabriek aan de Stationsstraat brachten op 5 november jongeren een granaat tot ontploffing, met drie dodelijke slachtoffers als gevolg.

De in Beek ingekwartierde Amerikaanse soldaten reden rond in een menigte aan voertuigen. Dat ging niet altijd even voorzichtig. Een roekeloze bestuurder van een Amerikaanse tankwagen reed op 19 februari 1945 Beekenaar Jan Albert dood.
Marieke Rouland - Op den Kamp
(Bron: Wat Baek ós bud, nr. 17: Een voetnoot bij de Wereldgeschiedenis. Beeks tijdens de Tweede Wereldoorlog.)
Leo Sproncken (l) en Mathieu Solberg