De bevrijding van Limburg
Op 6 juni 1944 – D-Day – landden de geallieerden op de stranden van D-Day. De eerste 2 maanden verliep hun opmars stroef, maar na de bevrijding van Parijs op 25 augustus ging alles voortvarender. Op 3 september werd Brussel bevrijd en op 4 september Antwerpen. Nederland maakte zich op 5 september op voor de bevrijding. Door de wilde geruchten die die dag de ronde deden dat Nederland binnen twee dagen ook bevrijd zou zijn, staat die dag bekend als ‘Dolle Dinsdag’.

De werkelijkheid was echter veel minder positief: de geallieerde troepen die tot in België hadden weten door te dringen waren helemaal niet sterk genoeg om heel Nederland te bevrijden. De overgrote meerderheid van het leger bevond zich nog in Noord-Frankrijk. Door de snelle opmars begonnen bovendien de bevoorradingslijnen heel erg lang te worden. De Nederlandse vreugde bleek dus van korte duur. Het grootste deel van Nederland zou pas in 1945 bevrijd worden.

Niettemin was de bevrijding van Zuid-Nederland aanstaande. Die begon op 12 september toen Amerikaanse soldaten in het uiterste puntje van Zuid-Limburg het dorpje Mesch – niet ver van Margraten – innamen. Aan het einde van de dag was de gehele (voormalige) gemeente Noorbeek bevrijd. In de dagen daarna volgden onder andere Maastricht (14 september), Heerlen (17 september) en Beek (17 en 18 september).

Zuid-Limburg werd bevrijd door de Amerikaanse 30 'Old Hickory’ Infantry Division en de 2 Armored Division ‘Hell on Wheels’.

Overzichtsfoto van de landing op Omaha Beach.
(Bron: Wikipedia)

De Old Hickory divisie trekt Maastricht binnen.