Jodenvervolging in Limburg
Een essentieel kenmerk van het nationaalsocialisme was het racisme. In de visie van de nazi’s waren mensen te verdelen in rassen: het Germaanse of ‘arische‘ ras, bestaande uit Übermenschen was ver verheven boven de joden, de Untermenschen.

De aanwezigheid van joden vormde volgens Hitler een dodelijk gevaar voor het Duitse volk. Daarom was het vanaf het begin van de oorlog zijn bedoeling om Duitsland (én de door Duitsland bezette gebieden) judenrein te maken. Aanvankelijk trachtten de nazi’s dat te bereiken door de joden tot emigratie en vlucht aan te zetten. Later werden plannen gemaakt hen te deporteren naar onherbergzame en afgelegen gebieden in Polen, Madagaskar of Rusland. Toen dit niet realiseerbaar bleek, besloot de partijtop in december 1941 dat alle joden in Europa moesten worden gedood. De SS kreeg de opdracht dit plan voor te bereiden. Deze organisatie zetten een systeem van moordfabrieken op, waar op grote schaal joden werden gedood in vergassingsinstallaties.

Ook de Nederlandse joden werden vrijwel vanaf het begin van de bezetting systematisch gediscrimineerd, rechteloos gemaakt, gescheiden van andere Nederlanders en beroofd. Vanaf 15 juli 1942 vertrokken vanuit het Durchgangslager Westerbork elke week één of twee treinen met vaak tot 1.000 joden naar de gaskamers van Auschwitz en Sobibor. Van de 140.000 in Nederland woonachtige joden overleefden er 102.000 de bezetting niet.

De 1.500 Limburgse joden wachtte eenzelfde lot als joden in de rest van Nederland. Maar er waren ook verschillen in de vervolging in Limburg en die in andere provincies. Alleen in Limburg werden joden van verschillende leeftijd op verschillend tijdstippen gearresteerd. Op 25 augustus 1942 moesten vrijwel alle joden jonger dan 60 jaar zich melden in een schoolgebouw in de professor Pieter Willemssstraat in Maastricht, zogenaamd voor arbeidsinzet in het Oosten. De leeftijdsgrens van 60 jaar werd gezien als een teken dat het inderdaad ging om ‘arbeid’. In werkelijkheid gingen de mannen naar joodse dwangarbeiderskampen in Silezië, de vrouwen en de kinderen naar de gaskamer van Auschwitz.

Bijna acht maanden later, op 10 april 1943, moesten de nog in Limburg wonende joden, voor het merendeel ouderen, ‘verhuizen’ naar concentratiekamp Vught. Op 12 mei stapten zij in Westerbork in de trein naar Sobibor, waar zij op 14 mei werden vermoord.

Toen Limburg na 10 april 1943 officieel judenrein was geworden, kreeg de provincie nog te maken met een continue jacht op de hier verblijvende joodse onderduikers. Onderduikers waren er veel: de helft van de Limburgse joden had zich aan deportatie onttrokken, en daarnaast hadden 2000 niet-Limburgse joden in Limburg veiligheid gezocht. Het lot van de kleine groep joden van Beek is een directe afspiegeling van de Limburgse geschiedenis.

Naast de joden werden ook zigeuners vervolgd door de nazi's.
Deze iconische foto verbeeldt al decennia lang de jodendeportaties. Op de foto zien we het Sinti-meisje Settela Steinbach in een wagon vlak voor vertrek vanuit Kamp Westerbork naar Auschwitz.

Onderstaande video is in 1944 gemaakt door filmmaker Rudolf Breslauer in opdracht van de kampcommandant Albert Gemmeker en laat het dagelijks leven in Kamp Westerbork zien.


Het gebouw aan de professor Pieter Willemssstraat in Maastricht waar de Limbrgse joden zich moesten melden staat er nog steeds, hoewel sterk gemoderniseerd. Een plaquette herinnert tegenwoordig aan de geschiedenis van het voormalige schoolgebouw.