Joodse katholieken
Het nationaalsocialisme was fundamenteel antireligieus. Het ‘arische’ ras was de nieuwe God, de Führer de nieuwe Jezus, de Volksgemeinschaft de nieuwe Kerk, de jood de nieuwe Satan en de ariër de nieuwe mens. Toch probeerden de nazi’s de christelijke Kerken te verleiden tot steun, door te wijzen op hun gezamenlijke afkeer van het communisme, en door in te spelen op eeuwenoude sentimenten in de Kerken tegen de joden. Op heel veel plaatsen in Europa slaagden zij in zoverre in hun opzet dat de Kerken zich niet verzetten tegen de nazipolitiek, zelfs niet tegen de Holocaust.

In Nederland en in Limburg was de situatie wel wat anders. De hele oorlog door hebben veel mensen vanuit de Kerken zich verzet, en bij de hulp aan joodse onderduikers speelden diepgelovige mensen vaak de hoofdrol.

Beek en Spaubeek waren bijna homogeen katholieke dorpen. De 350 protestanten en de 20 joden waren zeer kleine minderheden ten opzichte van de 8000 mensen die trouw elke week de katholieke mis bijwoonden. Joden en protestanten waren niettemin goed geïntegreerd, zij het niet helemaal zonder spanningen.

Het was de bezetting die voor het eerst in de geschiedenis een oecumenische beweging op gang bracht tussen de verschillende Kerken. Maar uiteindelijk betaalden de joden daarvoor de tol. Toen op 26 augustus 1942 vanaf de katholieke preekstoelen een krachtig protest werd voorgelezen tegen de deportaties van joden naar ‘het Oosten’, werden in heel Nederland alle joden die katholiek gedoopt waren, gearresteerd.

(NB: een ‘joodse katholiek’ lijkt wellicht een tegenstelling maar dat was het niet: de nazi’s maakten een strikt onderscheid tussen het joodse ras en het joodse geloof. Iemand kon volgens hen dus zonder problemen tot het joodse ras behoren terwijl hij/zij het katholieke (en niet het joodse) geloof aanhing).

Onder de categorie ‘joodse katholiek’ vielen in Beek 3 personen. Twee joodse vrouwen werden eerst gearresteerd om mee te gaan met een deportatie van joodse katholieken op 7 augustus 1942, maar later werden ze weer vrijgelaten omdat ze ‘gemengd’ gehuwd waren met een ‘ariër’. De derde gemengd-gehuwde, de arts Max Rens, was op dat moment al ondergedoken en beleefde een heel eigen geschiedenis.

Een joodse katholiek die de oorlog niet overleefde was de inmiddels heilige verklaarde karmelietes Edith Stein (of Teresa Benedicta van het Kruis). Ten tijde van de oorlog woonde zij in Echt, maar haar medezusters verhuisden na de oorlog na de Karmel in Beek. In de Sint-Martinuskerk is een drieluik te vinden dat herinnert aan Edith Stein.
Max Rens met zijn gezin
Edith Stein