Klokkenroof
Nadat de Duitsers Nederland hadden bezet gedroegen ze zich aanvankelijk netjes, ze waren immers te gast bij een ‘arisch’ broedervolk. Maar dat veranderde snel: ze wilden van alles hebben, goedschiks, maar doorgaans kwaadschiks. Op de eerste plaats natuurlijk mankracht voor de Arbeidsinzet.

Maar ook steeds meer materiële zaken werden door de Duitsers geroofd: trekpaarden (voor het leger), vee (voor de voeding in de Duitse steden), oud en nieuw ijzer zoals prikkeldraad (voor de staalindustrie van Krupp en voor het leger), fietsen (voor de militairen), radio’s (tegen spionage en Engelse ‘propaganda’), postduiven (tegen het gebruik ervan om geheime berichten te versturen) en halfedele metalen.

Vooral dat laatste deed pijn. De Duitse bezetter had behoefte aan brons voor de productie van kanonnen. Hij gaf aan aannemer Peter Meulenberg (Klokken Peter), die vestigingen had in Heerlen en Venlo, opdracht om overal in Nederland de klokken uit de kerktorens weg te halen. De klus werd door Meulenberg in een groot deel van Limburg uitbesteed aan N.V. Limburgse Bouwmaatschappij in Geleen.

In december 1942 werden de klokken geroofd uit achtereenvolgens Neerbeek, Spaubeek en Genhout. Het laatst was Beek aan de beurt, op 11 januari 1943. Mooie zware klokken uit het begin van de 19de eeuw werden afgevoerd naar de gieterij. Dat wekte grote verontwaardiging: het was godslasterlijke roof, en verleidde Beekenaren tot de uitspraak:

Wie met Gods klokken schiet, die wint de oorlog niet".

De klokken van Beek, klaar voor transport
(Bron: Heemkundevereniging Beek)
De klokken van Neerbeek
(Bron: Heemkundevereniging Beek)