De Duitse inval
Vanaf september 1939 bereidde het Duitse leger - de Wehrmacht - het geheime plan voor om zonder aankondiging Nederland, België en Frankrijk binnen te vallen. Bedoeling was om in 1940 de Lage landen binnen te vallen. Deze invasie kreeg de naam Fall Gelb.

Bij deze aanval zou het Zesde Duitse Leger zou via Zuid-Limburg in de richting van Brussel optrekken. Om deze actie te laten slagen moesten de bruggen over de Maas en over het Julianakanaal onbeschadigd in Duitse handen vallen. Daarvoor werden Sonderkommandos opgeleid: Duitse spionnen en Nederlandse collaborateurs, die voorafgaand aan de Duitse aanval in het geheim de bruggen moesten innemen. Twee Sonderkommandos zouden daarbij bij Beek passeren.

Die grote aanval begon in de nacht van 10 mei 1940 om 3.55 uur Nederlandse tijd. Om enkele minuten over vier kwamen de eerste Duitse onderdelen in Beek. Er vond een vuurgevecht plaats bij het bunkertje in Neerbeek, waarbij de Amsterdamse sergeant Jelle Nijhout sneuvelde. De Duitse troepen waren van plan door te stoten naar Maastricht, maar ze bogen af naar Stein, omdat de Maasbruggen in Maastricht waren vernield en de brug bij Stein onbeschadigd in Duitse handen was gevallen.

Bij de gevechten die her en der plaatshadden sneuvelden diverse Beekenaren. Het bleek onmogelijk de Duitsers tegen te houden. Al snel liepen ze heel Zuid-Limburg, en daarna de rest van Nederland onder de voet. Op 15 mei, na het terreurbombardement op Rotterdam, capituleerde het Nederlandse leger. De bezetting was begonnen.
De door de Nederlanders opgeblazen Maasbrug in Maastricht.
(Copyright: Bundesarchiv, Bild 146-2004-0103)
Het centrum van Rotterdam na het bombardement.