Het nationaalsocialisme
Vanaf 1933 waren Adolf Hitler en zijn nazipartij aan de macht in Duitsland. Hun ideologie - het nationaalsocialisme - was extreem nationalistisch. De nazi’s voelden zich gekwetst door de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog en de vernederende capitulatieovereenkomst van Versailles. Hitler wilde meer Lebensraum voor het Duitse volk creëren door het Duitse Rijk vooral naar het oosten sterk te vergroten.

Hitlers nationaalsocialisme was uiterst gewelddadig en antidemocratisch, maar bovenal zeer racistisch. Er werd een strikt onderscheid gemaakt tussen soorten mensen, oftewel rassen. In de rashiërarchie stonden de arische Duitsers als Herrenvolk boven aan de ladder, terwijl de joden - als Untermenschen - uit de samenleving moesten verdwijnen.

Eerst werden zij door discriminatie aangezet om te emigreren; vervolgens was het beleid erop gericht om hen door geweld en bedreiging te verjagen; daarna mislukten allerlei plannen om hen te deporteren naar onherbergzame gebieden om de meesten van hen daar te laten omkomen door armoede en honger. Tenslotte werd eind 1941 op het hoogste niveau besloten alle joden uit heel Europa te vermoorden.

Het groeiende nazistische antisemitisme leidde ertoe dat tussen 1933 en 1940 redelijk wat joodse vluchtelingen naar Nederland vluchtten. In Beek kwamen 8 vluchtelingen aan. Op 10 mei 1940 verloor Nederland zijn onafhankelijkheid door de inval van de Wehrmacht.

De nationaalsocialistische vlag met het hakenkruis
Adolf Hitler
(Copyright: Bundesarchiv, Bild 146-1990-048-29A)