Militairen in Beek
Limburg speelde slechts een kleine rol bij de verdediging van Nederland. De enige taak van de hier gelegerde troepen was een eventueel invallend Duits leger enige vertraging te bezorgen, zodat de verdediging van het westen zich kon organiseren.

Zuid-Limburg werd verdedigd door een aantal eenheden onder bevel van een Territoriale Bevelhebber Zuid-Limburg. Deze kon beschikken over twee grensbataljons en over het 37e Regiment Infanterie (RI) onder bevel van kapitein P. M. Braun. Eén van de drie bataljons waaruit 37 RI bestond - Bataljon 1 - was gelegerd in Beek. De staf hield kantoor in het Parkhotel, de bevelhebbers waren in Beek in de kost, en 150 manschappen waren ondergebracht in de leegstaande sigarenfabriek Hennekens. Het Beekse garnizoen werd door de bevolking in de armen gesloten.

In Beek gebeurde meer voor de landsverdediging. Aan de Rijksweg bij Neerbeek werd een kleine bunker gebouwd, van waaruit 10 militairen de opmars van de Duitsers over de Rijksweg moesten verhinderen. De burgemeester van Beek kreeg opdracht om een Luchtbeschermingsorganisatie op te tuigen met Beekse mannen. Ook moesten voorbereidingen worden getroffen voor versperringen. Springstof werd aangebracht om bomen zo nodig op de wegen te laten vallen. En er stonden boerenkarren klaar die indien nodig het kleine noodvliegveldje in Neerbeek ongeschikt zouden maken voor de landing van vijandelijke toestellen.

Ondanks deze voorbereidingen, bleken alle voorzorgsmaatregelen tijdens de invasie, op 10 mei 1940, weinig effect te hebben. Het Duitse leger was veel te sterk.
Gemobiliseerde soldaten in Beek in 1939.