Nederland in de verdediging
Eind jaren ’30 bleek duidelijk dat Hitler op oorlogspad was. Nederland was nauwelijks voorbereid op een oorlog. Vanaf 1938 werd het voor de Nederlandse regering echter zaak om stappen te zetten na de Anschluβ van Oostenrijk (maart 1938), de annexatie van Sudetenland (september 1938), het onder de voet lopen van Tsjecho-Slowakije (maart 1939), en de oorlog met Polen (september 1939), die het begin van de Tweede Wereldoorlog inluidde.

Een Duitse inval in Nederland was inmiddels een reële optie. Er zat voor Nederland dan ook niets anders op dan zich ook voor te bereide op een (verrassings)aanval door Duitsland. Op 28 augustus 1939 werd de algemene mobilisatie afgekondigd.

Ook 350 mannen en jongens uit Beek, de lichtingen 1924 tot 1939, moesten zich melden bij hun onderdeel. Ook kreeg Beek een militair garnizoen. Van de 87 toentertijd in Beek aanwezige auto’s werden er 66 gevorderd. Ook de meeste paarden kregen een militaire functie. De Staat van Beleg stelde het Militair Gezag boven de democratisch gekozen burgerlijke overheid.

De Nederlandse regering was zich er terdege van bewust dat het Nederlandse leger te zwak was om het hele Nederlandse grondgebied te verdedigen. Daarom werd besloten enkel het westelijk deel van het land, met de vier grote steden, de havens en de luchthaven, tot het uiterste te verdedigen met behulp van de Grebbelinie en de Hollandse Waterlinie.

De troepen in de rest van het land kregen enkel de opdracht om de Duitse opmars enigszins te vertragen, met onder meer legeronderdelen aan het Julianakanaal, de Geleenbeek en in de moerassen van de Peel.
Duitse troepen trekken in Polen aan Hitler voorbij tijdens operatie Fall Weiß (september 1939).
(Copyright: Bundesarchiv, Bild 183-S55480)
Gemobiliseerde soldaten vieren Sinterklaas in het Patronaat op 5 december 1939.
(Bron: Heemkundevereniging Beek)