Sonderkommandos in Beek
Om ervoor te zorgen dat de Maas en over het Julianakanaal tijdens de Duitse inval in Nederland onbeschadigd in Duitse handen vallen leidde de Duitse legerleiding verschillende Sonderkommandos op. Deze eenheden bestonden uit als Nederlanders vermomde Duitse militairen en Nederlandse collaborateurs. Twee Sonderkommandos zouden daarbij Beek passeren.

Het Sonderkommando 'Hocke' bestond uit enkele tientallen militairen op motoren. De mannen droegen Nederlandse militaire uniformen. Hun opdracht was om de Maasbruggen in Maastricht te veroveren. Op 10 mei om 2.40 uur passeerden zij bij Doenrade de grens. Via de Beekse Sanderboutlaan en de Stationsstraat bereikten zij de Rijksweg naar Maastricht. Bij de spoorbrug van Borgharen raakte de groep in gevecht met Nederlandse militairen. Commandant Hocke sneuvelde en de Nederlanders waren in staat de bruggen te laten springen. De opdracht van dit Sonderkommando was daarmee mislukt.

Het Sonderkommando 'Kürschner' moest de vijf bruggen over het Julianakanaal tussen Roosteren en Stein, en de Maasbrug bij Stein veroveren. De eenheid bestond uit enkele tientallen wielrijders in Nederlands uniform. Nadat het de grens was gepasseerd splitste het zich op in groepjes van ongeveer tien man. Elk groepje ging naar één brug en slaagde in zijn opzet: de bruggen vielen onbeschadigd in Duitse handen. Bij de brug in Roosteren hadden de verdedigers argwaan gekregen en hun commandant, de in Beek wonende kapitein Braun, gewaarschuwd. Toen deze met spoed naar de brug was gereden, werd hij door de Duitsers van achteren neergeschoten.

De verovering van de brug bij Stein en de vernieling van de bruggen bij Maastricht maakten dat de later aankomende Duitse legers in Beek afbogen naar Stein.
Petrus Braun
(Bron: Wat Baek ós bud, nr. 17: Een voetnoot bij de Wereldgeschiedenis. Beeks tijdens de Tweede Wereldoorlog.)