Kleermaker Harrie Piek en Fred Benedik
De Joodse Beekenaar Fred Benedik kreeg op 24 augustus 1942 door de plaatselijke veldwachter een ‘Oproeping’ uitgereikt dat hij zich de volgende dag, even als vrijwel alle andere Limburgse joden jonger dan 60 jaar, moest melden in Maastricht ‘voor arbeidsinzet in het oosten’. Fred vroeg raad aan gemeenteambtenaar Willy Sangers. Deze kwam meteen in actie en nam via zijn vriend Maxime Hennekens contact op met kleermaker Harrie Piek.

Piek vertelde veertig jaar later: “Sangers zei: ‘Ik heb jouw persoonsbewijs nodig’. Ik wist niet waarvoor, en ik vroeg er ook niet naar, want ik vertrouwde Maxime en Willy. Ik gaf mijn persoonsbewijs af. Twee dagen later ging ik naar het gemeentehuis en deed bij Sangers aangifte van het verlies van mijn persoonsbewijs. Van Sangers kreeg ik - in aanwezigheid van de burgemeester - de grootste uitkaffering van mijn leven. Hij bezorgde mij wel een nieuw persoonsbewijs. Pas na de oorlog hoorde ik dat Fred Benedik met mijn persoonsbewijs waarop Sangers de foto had vervangen, onder de naam Harry Piek in Noord-Limburg de oorlog had doorgebracht.”

Na de ‘uitkaffering’ zullen Willy Sangers en Harry Piek wel een pilsje hebben gedronken in een Beeks café. Harry Piek en Maxime Hennekens waren ook betrokken bij de onderduik van de joodse familie Kanarek in de sigarenfabriek Hennekens.
Harrie Piek in 1942
(Bron: Wat Baek ós bud, nr. 17: Een voetnoot bij de Wereldgeschiedenis. Beeks tijdens de Tweede Wereldoorlog.)
Fred Benedik (geheel links) na de oorlog bij de aanleg van het vliegveld.
(Bron: Heemkundevereniging Beek)