Sigarenfabriek Hennekens
Op een kruispunt midden in Beek ligt de verlaten Sigarenfabriek Hennekens. Het is een restant van een eens bloeiende en kenmerkende bedrijfstak.

Tijdens de mobilisatie was de fabriek de woonplaats van manschappen van het 1ste bataljon van het 37ste Regiment Infanterie, die waren belast met de verdediging van de middensector van Zuid-Limburg. Na de capitulatie stond de fabriek leeg, want er werden geen grondstoffen meer aangevoerd voor de productie van sigaren.

Toen de Duitse bezetter steeds drastischer maatregelen nam ten opzichte van de joden werd Maxime (Siem) Hennekens, die bevriend was met de gemeenteambtenaar Willy Sangers, nadrukkelijk gewezen op de gevaren, die ook de Beeker joden daarbij liepen.

De eerste onderduiker was de joodse Beekenaar Franz Kanarek die op 24 augustus onderdook in de fabriek nadat hij een oproep had gekregen zich te melden in Maastricht. Daarmee ontsnapte hij aan de eerste jodendeportatie uit Limburg. In april van 1943 voegde Franz’ moeder Johanna zich bij hem.

In 1943 hebben enige tijd ook een Poolse en Amerikaanse piloot aldaar onderdak gekregen. Ze werden later opgehaald door een zekere Bob en na controle werden beiden afgevoerd. Later ontving Theo bericht, dat beiden goed aangekomen waren in Engeland.

De onderduikzolder was als volgt bereikbaar: via een deur op de begane grond kwam men in de werkhal. Via een iets afgeronde trap bereikte men de kantoren op de eerste verdieping. Vervolgens kon men via een steektrap de zolder bereiken. Die werd voordien gebruikt als tabaksorteerruimte. Het licht werd verkregen via sheddaken, een zijde licht, andere kant dicht met houten beschot waarop dakpannen.

Het meest westelijke deel van de zolder was met sigarenkisten e.d. afgedicht met op circa één meter vanaf de bovenkant trap een veilingkist, waarvan de bodem kon worden opengeklapt. Bij het verlaten van de zolder werd deze bodem weer dichtgeklapt en de kist vol geduwd met allerlei materialen om geen argwaan te wekken.

Achter die barricade lag dus de onderduikruimte van ca. 3 tot ca. 7 meter. Die ruimte was globaal in drie delen opgedeeld. Het middendeel vormde een soort gang. Er stonden twee bedden (voor Franz en zijn moeder) en er was een noodbed voor bezoekers. Aanwezig was verder een keukenkast, twee stoelen (fauteuils) een bureau. Er stond ook continue een radio aan om berichten op te vangen.

In de onderduikruimte was electrisch licht aanwezig. Beneden bij de ingang van het gebouw was er een schakelkast. Als er gevaar dreigde werd door Maxime de stop enkele keren los/vast gedraaid als teken dat de onderduikers zich kalm dienden te gedragen. Voor zover Theo Hennekens zich herinnert, was op de zolder geen waterleiding, Franz zal het water wellicht elders in het gebouw zijn gaan halen. Men bediende zich van een toiletemmer, die in een put achter het gebouw kon worden geledigd.

De lichttoetreding gebeurde door de dakramen. Hiervan was een deel met een klepraam uitgerust. Franz kon onzichtbaar voor de buitenwereld op een kist in de brede dakgoot tussen de shaddaken een frisse neus halen. Voor mevrouw Kanarek was deze plek echter te moeilijk bereikbaar. Franz kon met enige moeite naar west de woning van Dabekausen aan de Stationstraat zien en naar oost de kerktoren. Als Duitsers vanaf de kerktoren de omgeving verkenden, belde de pastoor naar Maxime Hennekens en werd via lichtknippering Kanarek gewaarschuwd om binnen te blijven.

Franz hield zich tijdens in zijn onderduikverblijf bezig met handvaardigheid. Hij herstelde zelf zijn schoenen. Later vouwde hij ook voor Theo Hennekens het illegale blad Trouw. Er zijn nog enkele door Franz vervaardigde voorwerpen in omloop.
De helpers van de familie Kanarek, de broers Maxime en Theo Hennekens, kregen na de oorlog van Yad Vashem de titel ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’.
Sigarenfabriek Hennekens
(Bron: Heemkundevereniging Beek)

(Bron: Eyewitness Museum)

Zie het boek ‘Joods Beek.een geschiedenis van drie eeuwen joods leven in een Limburgse plattelandsgemeente’ voor meer foto’s van de onderduikplek van Johanna en Frans Kanarek.