Hoe maak je een Bandkeramische pot?
Door etnografisch onderzoek hebben antropologen ontdekt dat het maken van aardewerk altijd door vrouwen wordt gedaan. Dat zal bij de Bandkeramiekers dus ook het geval zijn geweest. Daar zijn ook aanwijzingen voor.

Als grondstof voor het maken van Bandkeramisch aardewerk gebruikten zij leem of löss, die volop voorhanden was in de gebieden waar de Bandkeramiekers zich vestigden.

Om de potten steviger te maken en ervoor te zorgen dat ze niet braken tijdens het bakken werd de klei verschraald. Dat gebeurde met kaf of (vooral) potgruis. (Potgruis zijn verkruimelde resten van kapot aardewerk, andere term: scherfgruis of chamotte).
Archeoloog Piet van de Velde en experimenteel archeoloog Hans Webeling van Moerveld laten zien hoe je een Bandkeramische pot maakt.
Bandkeramisch aardewerk werd volledig met de hand gemaakt; de draaischijf kende men nog niet. Kleine potjes werden gemaakt door uit een homp klei een pot te vormen, maar grote(re) potten werden gemaakt door rolletjes klei laag voor laag op elkaar te stapelen.

Als de pot klaar was dan werd deze eerst enkele dagen tot weken weggezet om te drogen. Als het aardewerk droog genoeg was dan werd het gebakken. (Ongedroogd aardewerk breekt namelijk als je het bakt.) Dit gebeurde nog niet in ovens, maar in open vuur.

Het aardewerk had allerlei kleuren: bruin, rood, gelig, zwart. De kleur was onder andere afhankelijk van de wijze van baken. Zo worden potten die onder verminderde zuurstoftoevoer zwart-grijs van kleur. Versierde potten waren meestal zwart-grijs en onversierde bruin, geel of rood.
Een Bandkeramische pot.
Copyright: Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

Een Bandkeramische pot.
Copyright: Rijksmuseum van Oudheden, Leiden