Versieringen
Bandkeramische pottenbakkers waren – in ieder geval voor hun tijd – ware kunstenaars. Dat blijkt wel uit de vele verschillende versieringsvormen die ze hebben gebruikt om hun potten te verfraaien.

Wat al deze versieringsmotieven met elkaar deelden was de grondvorm een lange band, die rondom de gehele pot doorliep. Maar binnen dat basismotief hebben de Bandkeramiekers een enorm aantal variaties ontwikkeld. Er waren 3 soorten versieringen:
  • Hoofdmotieven: spiraal of boog. Het gekozen motief werd bepaald door de groep (/dorp) waartoe je behoorde.
  • Bijmotief  1: Dit werd bepaald door de familie waartoe je behoorde. Voorbeelden zijn een V-vorm of een kruis.
  • Bijmotief  2: Dit werd bepaald door het gezin waartoe je behoorde. Voorbeelden zijn een zon of de motieven rechts.
Archeoloog Piet van de Velde vertelt over versieringsmotieven op aardewerk.
Archeologen hebben ontdekt dat aardewerkproductie het werk van vrouwen was én dat moeders het ambacht van aardewerkproductie leerden aan hun dochters. Dat hebben ze ontdekt aan de hand van aardewerk dat werd aangetroffen in graven.

Wat ze namelijk vaststelden dat in vrouwengraven altijd aardewerk voorkwam dat op dezelfde manier was versierd. In mannengraven kwam echter aardewerk voor dat op verschillende manieren versierd was. Daaruit concludeerden ze dat vrouwen enkel hun eigen aardewerk meekregen in het graf, maar mannen zowel aardewerk dat door hun vrouw was gemaakt áls aardewerk dat door hun moeder was gemaakt. Dit verschijnsel noemen antropologen matrilineariteit.

Archeologen hebben ook ontdekt dat bepaalde versieringsmotieven van moeder op dochter werden overgedragen.
Verschillende voorbeelden van secundaire bijmotieven.