Beckers en Beckers
In de 17e en 18e eeuw was archeologie vaak een hobby van chique heren zoals notarissen, doctoren en predikanten. Zij verzamelden artefacten en toonden die in hun salons aan bezoekers.

In het begin van de 19e eeuw vonden er in ons land belangrijke veranderingen plaats op het gebied van archeologisch onderzoek. In 1818 werd het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden gesticht en werd Caspar Jacob Christiaan Reuvens (1793-1835) tot directeur benoemd. In 1826 startte Reuvens met de eerste wetenschappelijke opgravingen in ons land. Zijn werk wierp direct vruchten af.

In diverse provincies werden ‘provinciale genootschappen’ gesticht. In Limburg gebeurde dat in 1877 in Heerlen. Aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw maakte de archeologie in Nederland een snelle ontwikkeling door. Nederlandse archeologen raakten internationaal bekend door hun werk.

De Beeker dokter Joseph Beckers werkte nauw samen met drie archeologen van naam. Op de eerste plaats met de grondleggers van de hedendaagse archeologie in land: Jan Hendrik Holwerda (1873-1951) en Albert Eggens van Giffen (1884-1973).

Een leerling van Holwerda was Frans Christiaan Bursch, die voor de Tweede Wereldoorlog directeur was van het ROB. Hij had veel belangstelling voor de Bandkeramische cultuur en kwam zo in aanraking met Beckers.

Dokter Hendrik Joseph Beckers (1862-1950) woonde in huize Nieuwenhof te Beek. Hij startte zijn geologische en archeologische werkzaamheden in 1918 op 56-jarige leeftijd. In dat jaar was hij een van de vele slachtoffers van Spaanse griep. Hij kreeg het advies om zijn werkzaamheden als arts gedeeltelijk te staken.

Om zijn rustperiodes toch zinvol te besteden pakte  Beckers de studieboeken weer op: geologie, paleontologie en archeologie. Dat was niet vreemd, want in zijn schaarse vrije tijd wandelde hij door zand, kalk en grindgroeven, op zoek naar het ontstaan van de Limburgse bodem. Door de nieuwe studies raakte hij steeds meer geïnteresseerd archeologie.

Toen Beckers in 1924 een Romeinse begraafplaats in Stein ontdekte, was hij verkocht. Archeologie kreeg een vaste plek in zijn hart. Hij volgde voortaan niet alleen alle bouwactiviteiten in Stein, maar in geheel Zuid-Limburg. Als er een vindplaats werd ontdekt, was Beckers van de partij. Zijn vondsten hadden betrekking op alle perioden uit de archeologische geschiedenis van Limburg, van de Bandkeramiek via de IJzertijd en de Romeinse periode tot de Middeleeuwen.

In 1926 vond in samenwerking met Holwerda en Remouchamps een onderzoek plaats te Stein. Joseph Beckers kwam hier voor het eerst aanraking met de Bandkeramische cultuur. Zijn verdere archeologische carrière zou vanaf dat moment voornamelijk bepaald worden door deze ‘eerste boeren’ in ons land.

Vanaf 1932 werd hij geholpen door zijn zoon Gabriël Beckers. Toen deze in 1936 de huisartsenpraktijk van zijn vader overnam, kon Joseph Beckers zich op 74-jarige leeftijd fulltime wijden aan archeologisch onderzoek.

De kroon op het werk van vader en zoon Beckers was het boek 'Voorgeschiedenis van Zuid-Limburg', dat in 1940 verscheen. Professor Van Giffen noemt het in de inleiding “Een eerbiedwekkend werk van grote en blijvende betekenis”. De professor kreeg gelijk, want het boek wordt nog steeds door deskundigen geraadpleegd.

Twee jaar na de dood van Joseph Beckers (1952) gaf het bestuur van de inmiddels opgerichte stichting 'Museum Dokter Beckers' aan dr. Frans Bursch de opdracht om de gehele collectie te inventariseren. Zijn zoon Gabriël Beckers bleef nog wel actief de archeologie volgen, maar zijn interesse ging meer uit naar de ontwikkeling van het Limburgs toneel.

In 1969 werd de verzameling Beckers overgedragen aan de stichting Archeologisch Reservaat te Stein en opgeborgen in de BB-kelder van de gemeente Stein. Na de sloop van het gemeentehuis is de collectie overgebracht naar het Archeologisch Reservaat in Stein.
Verder lezen
Verder lezen over dokter Beckers:
Dokter H.J. Beckers, *23 aug. 1862- † 12 jan. 1950, Zijn leven en zijn werk. Door: M.H. Deriks. Archeologie stichting Stein, 2000.
Dokter Beckers in zijn museum
Dokter Beckers (l) tijdens een opgraving aan de Bourgognestraat