Een Bandkeramische familie
Hoe zag een Bandkeramisch gezin eruit? Daarover zijn archeologen aardig wat te weten gekomen in de afgelopen decennia.

Ten eerste leefden de Bandkeramiekers waarschijnlijk in grote families. Antropologen noemen ze grootgezinnen (of extended families). Zo’n grootgezin bestond uit echtparen van opeenvolgende generaties met hun kinderen, met andere woorden: opa en oma, hun kinderen met aanhang, en al hun kinderen.

In één huis zullen waarschijnlijk zo’n 8 tot 10 personen hebben gewoond. In een klein Bandkeramisch dorpje (of beter: gehucht) zullen tussen de 20 en 50 mensen hebben gewoond, in grotere dorpen zo’n 100 tot 200 mensen.

Op basis van grafgiften denken archeologen dat Bandkeramische mannen na hun huwelijk in hun eigen dorp (thuis) bleven wonen, maar dat vrouwen bij hun huwelijk gingen inwonen bij de familie van hun man. Dit zal dikwijls in een ander dorp zijn geweest. Antropologen noemen dit patrilokaliteit.

Trouwen buiten de gemeenschap was in die tijd een noodzaak. Aangezien de mensen in een dorp waarschijnlijk allemaal aan elkaar verwant waren, was de kans op inteelt veel te groot als men een partner uit het dorp huwde. Mannen trouwden dus vrouwen uit andere dorpen, of zelfs vrouwen uit jagers-verzamelaarsgroepen.