Een dag uit het leven van een Bandkeramieker
Hoe zag een doorsnee dag van een Bandkeramieker er uit? Voor zover archeologen dat kunnen achterhalen, bestaat in ieder geval het vermoeden dat een dag er anders uitzag voor een vrouw dan voor een man.

Vrouwen waren ten eerste verantwoordelijk voor akkerbouw. Het bewerken van akkers was een geïntensiveerde voortzetting van het verzamelen van eetbare gewassen uit de tijd van de jagers-verzamelaars, dat algemeen als vrouwenwerk wordt beschouwd. Ongetwijfeld zullen vrouwen er in de Bandkeramische tijd ook nog steeds op uit zijn getrokken om in de bossen rondom hun dorp eetbare knollen, paddenstoelen, vruchten en noten te zoeken.

Vrouwen waren ook verantwoordelijk voor het malen van graan en daarmee waarschijnlijk ook voor het bakken van brood. Dit weten archeologen omdat alleen in vrouwengraven maalstenen worden gevonden. Mogelijk waren vrouwen zelfs verantwoordelijk voor de gehele voedselbereiding.
Conservator Kitty Jansen van Museum het Domein vertelt over de dagindeling van de Bandkeramische mens.
Uit grafgiften in mannengraven (o.a. disselbijlen en pijlpunten) hebben archeologen afgeleid dat mannen verantwoordelijk waren voor houthakken, de jacht, en de verwerving van grondstoffen zoals vuursteen. Ook zullen zij verantwoordelijk zijn geweest voor het maken van de jachtwerktuigen en vuursteenbewerking. Tevens hoedden zij het vee (hoewel die taak waarschijnlijk vaak ook door de oudere kinderen werd uitgevoerd). Ook al waren de voormalige jagers-verzamelaars boer geworden, de jacht was nog steeds van belang voor de Bandkeramische mensen.

Arbeidsintensief en gecompliceerd werk als het bouwen van een nieuwe boerderij werd waarschijnlijk zowel door mannen als vrouwen gedaan, hoewel archeologen daar in principe (nog) geen bewijs hebben gevonden.

Als we alle deze taken vertalen naar een jaarschema, dan zag een jaar er voor de Bandkeramische mens er waarschijnlijk zo uit:

  • Voorjaar: nadat het kleinvee het onkruid van de akkers gevreten had kon de grond bewerkt en ingezaaid worden. Onkruid wieden was vanaf dat moment een regelmatig terugkerende taak. Na de lammer- en kalvertijd werd het vee nar de zomerweidegebieden gebracht.
  • Zomer: dit was de tijd voor het verzamelen van vruchten en groenten. Aan het einde van de zomer werd geoogst.
  • Herfst: in dit jaargetijden kwamen de kuddes weer terug naar het dorp, waarbij ze konden grazen op de stoppelvelden en in het bos. Indien nodig werden nieuwe huizen gebouwd en voorraden brandhout en voedsel opgeslagen.
  • Winter: in winter was er tijd voor reparatie van werktuigen voor jacht en visvangst en voor het hakken van hout.

Bandkeramiekers waren nog echte alleskunners. Ongetwijfeld had de een meer aanleg voor vuursteenbewerking en de ander voor vlechtwerk, maar echte specialisten op een bepaald terrein waren er nog niet.

In algemene zin kunnen we ervan uitgaan dat de Bandkeramische mens het grootste deel van zijn tijd besteedde aan het verkrijgen van voedsel en alle werkzaamheden die daarvoor nodig waren. Waarschijnlijk kostte de Bandkeramiekers dat het grootste deel van de dag.
Oud-Egyptische maalster. Datering: 2477 voor Christus.
Anno nu een boom omhakken met een Bandkeramische disselbijl.

Uit: Steinbeile im Einsatz.Bäumefällen wie vor 7000 Jahren (Rengert Elburg & Wulf Hein)