Bandkeramische dorpen
Bandkeramische dorpen waren kleine enclaves te midden van uitgestrekte (oer)bossen. Water was (net als tegenwoordig) een primaire levensbehoefte. Bandkeramische dorpen lagen dan ook altijd dicht in de buurt van water. Dat kon een rivier zijn, maar ook een klein beekje.

Om hun huizen en akkers aan te leggen kapten de Bandkeramiekers open plekken in de bossen. Een Bandkeramisch dorp bestond meestal 2 tot 5 boerderijen. Grotere dorpen konden bestaan uit enkele clusters boerderijen. De omvang van een doorsnee Bandkeramische dorp met zo’n 80 inwoners zal in totaal zo’n 3 km2 zijn geweest.
Archeoloog Ivo van Wijk van Archol en conservator Kitty Jansen van Museum het Domein vertellen over hoe een Bandkeramisch dorp er uit zag.
Dorpen waren een aaneenschakeling van verschillende huizen en hun erven. Daaromheen lagen de akkertjes. Die waren nog maar zeer bescheiden in grootte ten opzichte van de huidige vaak enorme akkers. De Bandkeramiekers verbouwden er van alles.

In de koude jaargetijden lieten de Bandkeramiekers hun vee rond het dorp grazen. In de zomer trok men met het vee naar verder weg gelegen weidegronden (in het Maasdal en de beekdalen).

In de latere Bandkeramische fase treffen archeologen soms ’Erdwerke’ aan rondom een dorp. De functie hiervan is nog onduidelijk.
Impressie van een Bandkeramisch dorp.
Copyright: Rijksmuseum van Oudheden & Paul Maas Illustratie