Wat vinden archeologen terug van een huis?
Aangezien Bandkeramische huizen helemaal van eikenhout waren gebouwd, vinden archeologen niet veel meer terug van zo’n huis. Hout vergaat namelijk in de (Limburgse) bodem, dus nu - 7.000 jaar later – is dat helemaal vergaan.

Het enige dat overblijft zijn verkleuringen in de grond op de plekken waar houten paal hebben gestaan. Archeologen zijn getraind in het ontdekken van zulke sporen. Als ze er een aantal vinden kunnen ze vaak zelfs de plattegrond van een heel huis reconstrueren. Het komt ook voor dat er zoveel sporen worden gevonden dat ze – na flink puzzelwerk - verschillende huisplattegronden kunnen ontcijferen.

Langs de buitenwanden vinden archeologen grote kuilen terug, de zogenaamde ‘Langsgruben’. De leem uit die kuilen werd gebruikt om de wanden van een huis mee af te strijken. Nadien werden de kuilen als afvalkuil gebruikt. De eerste generatie archeologen die onderzoek deed naar de Bandkeramiek dacht dat de Bandkeramiekers in die kuilen hadden gewoon, in zogenaamde ‘hutkommen’.
De resten van Bandkeramisch huis dat tijdens een opgraving in het Geverikerveld in 2000 werd gevonden.
Ga naar de opgraving

Schematische tekening van de sporen die archeologen op verschillende dieptes van een Bandkeramisch huis terugvinden.
Copyright: Piet van de Velde

Opgravingstekening van een Bandkeramische boerderij.
Copyright: Mosasaurusfilm