De Bandkeramiek... en toen?
Nadat de Bandkeramische cultuur was verdwenen lijkt het erop alsof Zuid-Limburg lange tijd onbewoond is gebleven. De jagers-verzamelaars keerden er niet terug, en nieuwe boeren evenmin.

Sporadisch zijn scherven gevonden van de zogenaamde Rössen-cultuur, die na de Bandkeramiek kwam, maar of die mensen ook echt in Zuid-Limburg hebben gewoond is nog onduidelijk.

Dat is een contrast met onze buren in Duitsland: daar liep de Bandkeramische cultuur naadloos over in eerst de Großgartach-cultuur en later de Rössen-cultuur. Ook in België zijn duidelijke aanwijzingen gevonden voor bewoningscontinuïteit: het landschap werd niet geheel verlaten, zoals in Zuid-Limburg wel het geval was.

Hoewel de Bandkeramische boeren rond 5.300 voor Christus de landbouw al in Nederland introduceerden, zou het na het einde van de Bandkeramische tijd nog ongeveer 2.000 jaar duren voordat de landbouw overgenomen werd door alle bewoners van ‘Nederland’. Pas rond het jaar 3.000 waren er overal kleine landbouwgemeenschappen ontstaan. Maar toen was de revolutie die de Bandkeramiekers in gang hadden gezet – het op één plek gaan wonen als boer – dan ook onomkeerbaar geworden: Nederland maakte zich op voor een bestaan tussen koeien en akkers.

Großgartach-aardewerk
Bron: Ivo van Wijk, Terug naar de Bandkeramiek.