Bandkeramische graven
n Zuid-Limburg zijn in Elsloo, Maastricht en Geleen grafvelden uit de Bandkeramische tijd gevonden. Het grafveld uit Elsloo is verreweg het grootste. Archeologen hebben er zowel resten van inhumatie (lichaamsbegraving) als crematie (lichaamsverbranding) gevonden. De meeste overledenen waren bewust in dezelfde houding gelegd: op de linkerzij, de knieën opgetrokken, het hoofd naar beneden, en de handen voor gezicht. Bovendien was de ligging frappant: noordwest-zuidoost (net als de huizen), net als de Bandkeramiische huizen. Soms lagen er 2 graven naast elkaar.

De graven doorsneden elkaar nauwelijks. Dat wijst op een bovengrondse markering in de vorm van een grafheuvel of misschien een grafteken (een voorloper van onze grafmonumenten).
Conservator Kitty Jansen van Museum het Domein vertelt over het grafveld van Elsloo.
Het grootste deel van de doden kregen grafgiften mee. Die verschilden tussen mannen en vrouwen. Beide kregen ze aardewerk mee. Vrouwen kregen daarnaast ook maalstenen mee; waarschijnlijk om aan te geven dat zij belast waren met voedselbereiding. En ze werden bestrooid met de rode kleurstof hematiet, mogelijk als symbool van levenskracht.

In mannengraven daarentegen vonden archeologen resten van disselbijlen en pijl en boog, oftewel symbolen van houthakken, jacht en wellicht zelfs oorlogsvoering. Het meegeven van grafgiften kan wijzen op het geloof in een leven na de dood.

Wat vreemd is, is dat het aantal graven dat archeologen hebben gevonden níet overeenkomt met de schattingen die zij hebben gemaakt van het aantal inwoners op de Graetheide in de late Bandkeramische tijd. Het zijn er te weinig. De eerste reden daarvoor is dat archeologen van de meeste Bandkeramische doden gewoonweg niets meer terugvinden, als gevolg van de slechte bewaarcondities van de bodem.

Maar mogelijk is er ook nog andere reden: archeologen vermoeden, dat lang niet alle doden in een grafveld begraven werden. Misschien werden vele doden ook wel in rivieren gelegd, in het bos begraven, aan een boom opgehangen of verbrand. We hebben er geen aanwijzingen voor, dus we weten het eerlijk gezegd niet. Dit soort rituelen past overigens wel goed in een wereldbeeld van continuïteit, waarin de doden en de dood geen verschil maken omdat het leven doorgaat.

Het begraven van mensen wijst in zo’n geval juist op discontinuïteit en wellicht zelfs crisis: door de doden dichtbij de nederzetting in een grafveld te begraven wordt de band met het eigen territorium én met de voorouders extra benadrukt.
In het Duitse Herxheim werden de skeletten van 480 mannen, vrouwen en kinderen uit de Bandkeramische tijd gevonden. De skeletten lagen kriskras door elkaar.

Door de vondst van verschillende schedelkapjes (zie onder) die duidelijk met opzet van de rest van het skelet waren verwijderd, dachten archeologen eerst dat het hier om kannibalisme ging.

Recenter onedrzoek heeft echter aangetoond dat het opensplijten van de schedels bij het begrafenisritueel van deze Bankeramische mensen hoorde. UIt onderzoek is ook gebleken dat de Bandkeramiekers hun toonden na de 1e begraving op een later moment op een andere plek herbegroeven.

Dat concludeerden archeologen doordat ze in het graf maar weinig kleinere botjes (o.a. van voeten en handen vonden). Die zijn bij de herbegraving waarschijnlijk achter gebleven in het eerste graf op het moment dat de overledene al in behoorlijke staat van ontbinding was.


Bron beelden: Landesamt für Denkmalpflege Rheinland-Pfalz, Amt Speyer