Inleiding
In dit hoofdstuk staan de Beekse ondernemers en (kleine) industrieën uit de 19e en 20e eeuw centraal. Mede door de opkomst van de mijnen groeide Beek in de eerste helft van de 20e eeuw uit tot een uit de kluiten gewassen dorp met een centrumfunctie voor de regio. Het inwonertal groeide snel, wat leidde tot een grotere afzetmarkt en veel bedrijvigheid. In tegenstelling tot vandaag de dag kocht men in de 1e helft van de 20e eeuw nog vooral producten van de lokale markt en lokale ondernemers.

De Beekse ondernemers en (kleine) industrieën waren bijna allemaal familiebedrijven, die vaak van vader op zoon (op kleinzoon) werden overgedragen. Enkele bedrijven waren tot ver buiten Beek bekend, zoals de sigarenfabrieken en destilleerderij Hennekens die het bekende Elske produceerde.

In de eerste helft van de 20ste eeuw bloeide het Beekse bedrijfsleven. Helaas gingen in de tweede helft van de 20e eeuw vele bedrijven echter ten onder aan de industriële schaalvergroting, die wereldwijd zijn opgang maakte. De lokale bedrijven konden de groeiende concurrentie in de meeste gevallen niet volhouden. Ze sloten noodgedwongen hun deuren of gingen op in andere bedrijven.

Maar gelukkig zijn er her en der toch nog enkele Beekse bedrijven te vinden die tot op de dag van vandaag te vinden zijn in het Beekse straatbeeld.
 
Jan en Bernardine Martens-Schaapsveld van Bakkerij Martens rond 1955. De broden, koeken en het banket werden nog met de fietskar rondgebracht naar de clientèle.
Bron: Bakkerij Martens