Inleiding
Vanaf ca. 1910 namen de bouwactiviteiten in Zuid-Limburg flink toe door de opkomende industrialisatie (denk aan de mijnbouw) en bevolkingsgroei. De vraag naar bakstenen werd flink groter en dus waren en meer steenfabrieken nodig om aan de stijgende vraag te voldoen.


Bronnen
Dit artikel is gebaseerd op informatie uit de publicatie 'Stenen en Pannen. Geschiedenis en inventarisatie van de grokeramische industrie in Limburg' van Marcel Dings.
En informatie uit het bedrijfsarchief van 'Steenfabriek Façade'. Ook is deartikelenreeds ‘Steenfabriek ‘Onze Industrie’ NV Spaubeek' van de hand van Marcel Dings en Desmond Kusters, die in 2016 en 2017 in verschillende delen verscheen in Becha, geraadpleegd.

De foto's zijn afkomstig uit het bedrijfsarchief van 'Steenfabriek Façade'.
Steenfabriek Façade
Steenfabriek Façade werd in 1912 opgericht door Frits Boonen en ligt nog steeds op dezelfde plek als toen: langs de Stationsstraat. Van de eerste productie werd een ringoven van 18 kamers gebouwd. De benodigde löss werd op het terrein achter de fabriek afgegraven.

Voor de Tweede Wereldoorlog werkten er op het hoogtepunt van de productie 60 tot 65 man in de fabriek, die samen zo’n 7 miljoen stenen per jaar produceerden.

Na de oorlog daalde het personeelsaantal beduidend, maar steeg de productie behoorlijk. In 1956 werd het familiebedrijf een NV met de naam 'Façade'. De daling van personeel en stijging van de productie was een gevolg van automatisering van het productieproces. In de 19e eeuw was de baksteenindustrie seizoensarbeid, omdat stenen in buitenlucht moesten drogen. In de 2e helft van de 19e eeuw kwam het gebruik van ringovens op, waardoor stenen het hele jaar door gebakken konden worden. Zoals al verteld werkte steenfabriek Façade werkte direct vanaf de oprichting met zo’n ringoven.

In 1947 werd gemoderniseerd en werd een kunstmatige drogerij aangelegd. In de jaren '70 werd weer vernieuwd en werden tunnelovens aangelegd, die stenen gelijkmatiger bakte, waardoor de kwalitatief nog beter was.
Steenfabriek ‘Onze Industrie’
In 1916 werd in Spaubeek op voormalige grond van kasteel Sint-Jansgeleen de baksteenfabriek ‘Onze Industrie’ in werking gesteld. De plek was niet toevallig gekozen: de grond ter plekke was rijk aan leem, een zeer geschikte grondstof voor het fabriceren van bakstenen.

Eigenaar van de fabriek was Wilhelmus Nicolaas Arntz (1879-1964). Samen met enkele andere industriëlen had hij een groot deel van de Gelderse baksteenindustrie in handen. In Spaubeek vond hij een mogelijkheid om uit te breiden. Aangezien het in de regio blijkbaar ontbrak aan voldoende geschoold personeel, nam Arntz verschillende Gelderse steenbakkersfamilies mee naar Spaubeek waaronder de families Driessen, Van de Geyn, Joosten, Peters, Roelofsen, Schepers en Terwint.

De zaken verliepen voorspoedig. De Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten, maar na de oorlog werd de fabriek weer snel opgestart om te kunnen voldoende aan de enorme behoefte aan stenen die nodig was om de oorlogsschade te kunnen herstellen.

Rond 1950 verkocht de fabriek jaarlijks 4,5 tot 5 miljoen stenen en de vraag bleef maar stijgen. Dit leidde onder andere in 1955 tot de bouw van een tunneldrogerij. Halverwege jaren ’60 begon de vraag echter af te nemen door een verzadiging van de woningmarkt.

Dit leidde tot overproductie in de sector. Sanering was noodzakelijk. Flink wat steenfabrieken moesten de deuren sluiten, waaronder Steenfabriek ‘Onze Industrie’. Het doek viel in 1973, 43 mensen werden werkeloos. In 1983 werd de fabriek uiteindelijk gesloopt.
 
Hoe bak je een steen?
Het productieproces van een steen zag er in essentie als volgt uit:
  • Klei werd afgegraven. Dit gebeurde eerst met de hand, later machinaal (in Spaubeek in ieder geval vanaf 1952).
  • De klei werd naar het midden van het fabrieksterrein gebracht en op een grote berg gegooid. Dit gebeurde eerst met paard en wagen, later met trammetjes op smalspoor of door vrachtauto’s.
  • De klei bleef enkele maanden liggen, waardoor alle organische delen (houtresten/pollen) verstierven.
  • De klei werd gemengd voor een betere consistentie. Door water toe te voegen ontstond er een plastische massa die goed vormbaar is. Dit gebeurde in een kleimolen (die eerst door stoom werd aangedreven, later elektrisch).
  • Dan startte het feitelijke productieproces van de baksteen: de klei werd in rechthoekige vormbakpersen gesmeten. Eerst gebeurde handmatig, later halfautomatisch. NB: in de jaren ’60 stond de Steenfabriek ‘Onze Industrie’ bekend als een vormbak-fabriek die stenen in de standaard Waalfomaat 21 x 10 x 5 cm produceert in de kleuren rood genuanceerd en geel genuanceerd.
  • De vormbakpersen werden te drogen gelegd. Eerst gebeurde dit in de openlucht, later in overdekte droogrekken. Na de oorlog werden hiervoor speciale drooginrichtingen gebouwd.
  • Hierna werden de bakstenen daadwerkelijk gebakken in een ringoven, waarin de temperatuur 1.050 graden Celsius werd. Het bakproces duurde 2 tot 3 weken!
  • Na het bakken werden de stenen opgeslagen op het tasveld, tot het moment van transport na verkoop.