Bron
Deze pagina is gebaseerd op de volgende twee rapporten van archeologisch adviesbureau RAAP:
  • Maastricht-Aachen Airport, Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek, waarderende fase (proefsleuven), RAAP-rapport 1270, 2006
  • IJzertijd bewoning en begraving op het löss-plateau bij Beek, RAAP-rapport 2054, 2010
IJzertijd-bewoning naast het vliegveld
Ten oosten van Maastricht-Aachen Airport werden tussen 2003 en 2010 meerdere archeologische onderzoek uitgevoerd die – vooralsnog – een uniek inkijkje geven in IJzertijd-bewoning op de Zuid-Limburgse lössgrond. Er waren wel al losse IJzertijd-vondsten bekend uit het Limburgse lössgebied, maar deze opgraving heeft voor de eerste keer een duidelijk beeld gegeven van twee IJzertijd-dorpen in deze regio met sporen uit de Vroege, Midden en Late IJzertijd.

Tijdens de opgravingen werden de resten gevonden van twee nederzettingen, die slechts 100 meter van elkaar gelegen hebben. (Overigens is de kans groot dat ze niet tegelijkertijd hebben bestaan.)

De sporen en vondsten die de archeologen hebben aangetroffen geven een kenmerkend beeld van hoe dergelijke IJzertijd-nederzettingen er uit moeten hebben gezien en hebben gefunctioneerd. Een dorp bestond slechts uit enkele boerderijen.

In de Vroege IJzertijd waren die tussen de 15 en 30 meter lang, in de Late IJzertijd tussen de 50 en 70 meter lang. Naast de sporen van de boerderijen (met name paalgaten), werden er ook sporen van schuurtjes en graanspiekers aangetroffen.

De huizen waren zogenaamde woonstalhuizen, waarin zowel de mensen als hun vee een onderkomen vonden. De leefruimte voor de mensen was daarbij wel afgescheiden van het stalgedeelte. Deze traditie gaat minstens terug tot in de Midden-Bronstijd en wordt eigenlijk tot in het heden voortgezet.

Ook de aangetroffen vondsten zijn typisch voor de IJzertijd:
  • Veel aardewerk, soms versierd
  • Vuursteen (hoewel we in de IJzertijd zitten werd vuursteen nog steeds gebruikt)
  • Natuursteen, onder andere in de vorm van maalstenen, en een fragment van een bijl en een armband
  • Enkele graven even buiten de nederzettingen met verbrand botmateriaal van minimaal 5 mensen, waaronder waarschijnlijk 2 vrouwen en 2 mannen, allen tussen 20 en 40 jaar.
  • Botanische resten van onder andere gerst, emmertarwe, spelttarwe, broodtarwe, tuinbonen en mogelijk erwten en raapzaad. Deze gewassen werden door de IJzertijd-boeren verbouwd.
  • Tenslotte 18 metaalvondsten.
Je zou meer metaalvondsten verwachten aangezien het een IJzertijd-opgraving is, maar metaal blijft (helaas) niet goed bewaard in de lössbodem. De meest aansprekende vondsten zijn een fibula en gordelhaak.

Een verdere leuke vondst is die van een brok verkoold organisch materiaal. Vermoedelijk hebben we hier te maken met resten van een brei of pap van (grof gemalen) graankorrels. Met andere woorden: de resten van een maaltijd uit de IJzertijd.

Waarschijnlijk werd de nederzetting in de Late Ijzertijd of aan het begin van de Romeinse tijd verlaten. De bewoners verlieten het plateau en/of verhuisden naar de beekdalen. Het oerbos kon opnieuw bezit nemen van het lössplateau. Pas in de Middeleeuwen zouden de plateaus opnieuw ontgonnen worden.

Reconstructietekeningen van twee gevonden boerderijen.
Copyright: Stichting Historisch Boederij Onderzoek (SHBO). Bron: IJzertijd bewoning en begraving
op het löss-plateau bij Beek, RAAP-rapport 2054, 2010.


Gordelhaak
Bron: zie boven.


IJzertijd-pap
Bron: zie boven.


Paalsporen zijn het enige dat rest van de IJzertijd-boerderijen.
Bron: Maastricht-Aachen Airport, Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek, waarderende fase (proefsleuven), RAAP-rapport 1270, 2006.