IJzertijd - een inleiding
De IJzertijd volgt rond 800 voor Christus de Bronstijd op en wordt – de naam zegt het al – gekenmerkt door het gebruik van ijzer als belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van onder andere wapens, gebruiksvoorwerpen en sieraden.

IJzer had ten opzicht van brons een aantal voordelen:
  • Het was sterker en duurzamer
  • Het was makkelijker te bewerken en te repareren
  • De grondstof – ijzererts – komt op veel meer plekken voor
De IJzertijd wordt in Nederland algemeen gedateerd tussen de jaren 800 en 12 voor Christus. Net als de Bronstijd wordt het door archeologen onderverdeeld in 3 subperiodes:
  • Vroege IJzertijd: 800 – 500 voor Christus
  • Midden IJzertijd: 500 – 250 voor Christus
  • Late IJzertijd: 250 – 12 voor Christus
Na de IJzertijd begon de Romeinse tijd en ging de prehistorie over in de ‘historie’.
IJzertijd in Beek
In Beek zijn de afgelopen decennia redelijk wat vondsten uit de IJzertijd gedaan die ons een aardig beeld geven van de bewoning van Beek in deze laatste periode van de prehistorie.

De belangrijkste vondsten deden archeologen op 2 locaties:
Verdere ijzertijdvondsten werden onder andere aangetroffen in de DSM-straat, waar mogelijk een grafveld heeft gelegen. In de Nieuwstraat en Heirstraat, vonden vader en zoon Beckers tussen 1932 en 1940 verschillende IJzertijd-sporen en -vonden. Tijdens een opgraving op het voormalige Frumarcoterrein werden naast een heleboel vondsten uit de Bandkeramiek ook enkele IJzertijdvondsten gedaan.
IJzertijd-aardewerk vondsten uit de Nieuwstraat en Heristraat. Bron: Voorgeschiedenis van Zuid-Limburg, door J. Beckers sr. & G.A.J. Beckers Jr., 1940.