Beek in de vroege Middeleeuwen
In de vroege Middeleeuwen (van het jaar 500 tot 1000) moet het landschap in Beek vooral gekenmerkt zijn door bos, heel veel bos.

Nog niet heel veel eerder was dat echter anders geweest: de Romeinen hadden het Zuid-Limburgse landschap in de eerste eeuwen na het begin van onze jaartelling bijna volledig in cultuur gebracht. Overal stonden grotere en kleinere boerderijen, de Romeinse villa’s. Zij produceerden graan en andere landbouwproducten voor de soldaten die langs de Rijngrens – de Limes – waren gelegerd. Sommige namen in Beek gaan wellicht zelfs nog terug tot Romeinse tijd: Geverik is wellicht afgeleid van Gabriacum en Kelmond van Calvum montem (kale berg).

In de 5e eeuw stortte het Romeinse Rijk in elkaar en hield ook de Romeinse overheersing in deze regio op te bestaan. Het gebied raakte ontvolkt en de natuur nam weer grote delen van het in cultuur gebracht landschap terug. Akkers en weilanden werden weer bos.

Tussen 650 en 750 begon de bevolking weer wat te groeien en werd land geschikt gemaakt voor landbouw. De nederzettingen en kleinschalige ontginningsactiviteiten beperkten zich echter tot het Maasdal en de beekdalen. De plateaus zouden nog eeuwenlang onontgonnen blijven.

Volgens schattingen was aan het eind van vroege Middeleeuwen (slechts) circa 10% van de grond in cultuur gebracht. Vanaf het jaar 1000 zou daar echter verandering in komen en begonnen de grote ontginningen in Zuid-Limburg.
Het Beekse landschap in de Vroege Middeleeuwen zal er niet veel anders hebben uitgezien als ten tijde van de Bandkeramiek 7.000 jaar eerder: veel bos, en hier en daar een kleine nederzetting.
Copyright: Mikko Kriek / BCL Archaeological Support

Meer weten over Romeins Zuid-Limburg? Ga dan naar www.viabelgicadigitalis.nl