De grote ontginningen
De periode tussen de jaren 1000 en 1300 was een tijd van economische voorspoed. Als gevolg daarvan groeide de bevolking. Er moesten dus meer monden worden gevoed, maar de bestaande landbouwgronden waren daartoe niet toereikend. Dus moest er nieuw land worden ontgonnen en in cultuur gebracht. Een periode van grote ontginningen brak aan. Deze werd mee mogelijk gemaakt door hoge graanprijzen en een groot aanbod van arbeidskrachten.

In de vroege Middeleeuwen woonde de bevolking enkel (in kleine nederzettingen) in de rivier- en beekdalen. Door de bevolkingsgroei moesten vanaf het jaar 1000 ook plateaus worden ontgonnen. Ook in Beek gebeurde dat.

De namen van enkele Beekse kernen wijzen nog op deze periode. Zo wijst het achtervoegsel ‘-rade’ van ‘Hobbelrade’ op een ontginning in de Hoge Middeleeuwen. ‘Rades’ waren stukken grond die in een bosgebied werden ontgonnen. Denk bijvoorbeeld ook aan Kerkrade, ’s-Hertogenrade, Lutterade en Weustenrade. Ook plaatsnamen die eindigen op ‘-hout’, zoals ‘Genhout’, duiden op bosontginningen uit de Hoge Middeleeuwen.

Omstreeks het jaar 1300 waren en nog maar weinig onontgonnen gebieden over. De laatste bossen kwamen ook steeds meer onder druk te staan door de grote behoefte aan hout van een nog steeds groeiende bevolking. Heel wat van deze laatste bosgebieden – die ongeschikt waren voor ontginning – vervielen tot heidegebied, waar bijvoorbeeld schapen konden worden gehoed. Wat overbleef waren de bossen op de beekdalhellingen – denk aan het Bunderbos – en kleine arealen bos als het Vrouwenbos.

De wegenstructuur die tijdens de periode van de grote ontginningen in de hoge Middeleeuwen ontstond, is voor een belangrijk deel nog steeds aanwezig. Als je nu met een tijdmachine naar het Beek van voor het jaar 1000 zou kunnen terugkeren, zou je waarschijnlijk grote moeite hebben om je te oriënteren. Maar zou je de tijdreis maken naar het jaar 1300 dan zou je het huidige Beek in grote lijnen zeker herkennen.
De Tranchotkaart van begin 19e eeuw laat het resultaat zien van zo’n 800 jaar ontginningsgeschiedenis. Zou er een kaart overgeleverd zijn van rond 1300, dan zou hij er waarschijnlijk niet heel veel anders uit hebben gedaan.