Bron
Voor dit artikel is onder andere gebruik gemaakt van de publicatie 'Neerbeek, een apart kerkdorp' (deel 6 uit de serie 'Wat Baek ós bud').
Neerbeek
De oudste bekende vermelding van Neerbeek in de archieven stamt uit het jaar 1225. In dat jaar schonk Arnold van Born – proost van het kapittel van de Onze Lieve Vrouwekerk in Maastricht – zes hoeven met gronden aan zijn neef Gozewijn IV ‘in villa que Nederbeke dicitur’, oftewel ‘in het dorp dat Neerbeek heet’.

In de anderhalve eeuw daarna vermelden de archieven verschillende inwoners van Neerbeek: Zibrecht van Nedrebeke (1257), Katharina van Neiderbeke (1373) en Arnold van Nederbeecke (1381). De naam ‘Van Neerbeek’ is op dat moment een herkomstnaam, geen familienaam.

De Beekse priester en chroniqueur Peter Tretpoel vermeldt Neerbeek als ‘Nyederbeick’ als hij verhaalt over een strooptocht van Gelderse troepen in het jaar 1505.

Net als Beek dankt Neerbeek haar naam aan de ligging langs de Keutelbeek. Het lag ‘neer’ oftewel ‘stroomafwaarts’ ten opzicht van Beek, dat altijd de belangrijkste bewoningskern is geweest. Vandaar ‘Neerbeek’.

Neerbeek was in de Middeleeuwen echter niet heel veel kleiner als Beek. Aan het einde van de Middeleeuwen - in het jaar 1526 - telde Beek zo’n 54 huizen, Neerbeek telde toen 39 huizen. Anderhalve eeuw later – in 1663 – telde beek inmiddels 99 huizen en Neerbeek 69.

Neerbeek was in de Middeleeuwen een zeer langgerekt dorp aan de westoever van de Keutelbeek en bestond uit een aantal grote hoeven (de Aldenhof, de Vartenberg, de Raef, de Lippenshof en de Neerbeekerhof) en een heleboel keuterboerderijtjes.

Hoe langgerekt het moet zijn geweest blijkt wel uit het feit dat Neerbeek in 1661 (door het zogenaamde Partagetractaat) in twee delen werd gesplitst:
  1. Zuidelijk lag het zogenaamde ‘Staats-Neerbeek’, dat overeenkomt met het huidige Neerbeek
  2. Noordelijk ‘Spaans-Neerbeek’, dat in de 20ste eeuw is opgeslokt door Geleen en nu ten noorden van de A2 ligt. De straatnaam ‘Spaans-Neerbeek’ herinnert nog aan het oude dorp.
Neerbeek op de Tranchotkaart, die begin 19e eeuw is gemaakt. De situatie in de Middeleeuwen zal echter niet heel veel anders zijn geweest.

Beek, Neerbeek, Spaubeek, Geverik en Sint-Jansgeleen op de kaart van de bekende Nederlandse kaartenmaker Joan Blaeu uit 1665.
Bron: Universiteit Utrecht