De Neerbeekerhof
De Neerbeekerhof lag centraal in Neerbeek tussen de Spaubeekerstraat, de Keulsteeg en de Hofstraat.

De Neerbeekerhof was in de Middeleeuwen een van boerderijen in een reeks van grote boerenbedrijven die van noord naar zuid langs de Keutelbeek lagen: de Aldenhof, de Vartenberg, de Raef, de Rouw, de Lippenshof, de Neerbeekerhof, de Vroenhof /Oude Pastorie en de Binsvelderhof. De Neerbeekerhof was de laatste die in het huidige Neerbeek lag.

De Neerbeekerhof is een voorbeeld van een boerderij van waaruit een hele nederzetting is ontstaan en die op enig moment die nederzetting ook haar naam heeft gegeven. Van de hof wordt beweerd dat deze mogelijk terug te voeren is op een Romeinse villa, maar daarvoor bestaat (vooralsnog) geen hard bewijs.

De Beekse priester en chroniqueur Peter Tretpoel vermeldt de hof voor het eerst in zijn kroniek bij het jaar 1505: “eynen hoeff in Nyederbeick tue behorende den hersscappe van Schoenvorst”. De familie Schoonvoorst, ook eigenaar van kasteel Elsloo, kwam waarschijnlijk in 1361 in het bezit van de boerderij. Latere eigenaren waren de familie Banens, De Montaigne en Van der Plancke. Alternatieve namen voor de hof die door de tijd heen zijn gebruikt waren Beijenslaan en Montanshoof (naar de familie De Montaigne).

Het moet een kolossale hoeve zijn geweest, die helaas in 1917 werd afgebroken. Alleen het voormalige bakhuis resteert.
De zuidgevel van de voormalige Neerbeekerhof met van links naar rechts de herenpoort, de middenpoort en de schuurpoort.
Bron: Becha, jrg 1, nr 2.

De herenpoort gezien vanuit de binnenplaats.
Bron: Becha, jrg 16, editie november.