Bron
Voor dit artikel is onder andere gebruik gemaakt van de publicaties 'Genhout. Van 'Hoochlant' tot parochiegemeenschap' (deel 12 uit de serie 'Wat Baek ós bud') 
De Printhagener hoven
De Printhagenerhoven hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontginning van Genhout. De huidige hoven staan ter plekke algemeen bekend als Hoeve Franssen en Hoeve Vrencken. Hoeve Franssen is de Overste of Bovenste hof, en gaat terug tot 1806, terwijl Hoeve Vrencken, de Kleine of Benedenste hof, teruggaat tot 1744 getuige een inscriptie die dat jaartal weergeeft.

Voor 1800 moet er echter een oudere Overste Hof zijn geweest, die in het weiland tussen de huidige 2 hoeves lag. De grachten van ze oudere Overste Hof zijn nog ter plekke zichtbaar. Dit is ook de hoeve die zichtbaar is op de Tranchotkaart uit het begin van de 18e eeuw. De Kleine hof staat daar niet op.

De familie Van Printhagen komt voor het eerst rond 1250 voor in de archieven. Het waren leenmannen van de heren van Valkenburg en waarschijnlijk de hoofdontginners van Genhout, dat is ontstaan als bosontginning. In het midden van de 13e eeuw komen we Gerard van Printhagen tegen, een achterleenman van de heer van Valkenburg en een broeder van de Duitse Orde van Alden Biesen.

De beide hoeves werden in 1537 verenigd onder Arnold II Huyn van Amstenrade, die ook eigenaar was van Sint-Jansgeleen.

Tenslotte nog iets over de naam ‘Printhagen’. Die kan uit elkaar worden getrokken in 2 delen: ‘print’ en ‘hagen’. Een ‘print’ is de oude naam voor een munt, waarvan er 3 in het wapen van de Heren van Printhagen staan. De betekenis van het achtervoegsel ‘-hagen’ is voor de hand liggend: het wijst erop dat de landerijen van de hoeve werden afgeperkt met hagen. 
De typische Maaslandse gevel van Hoeve Vrencken (de Benedenste Hof).
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De Printhagenerhoeven op de Tranchotkaart uit het begin van de 19e eeuw.