Bron
Voor dit artikel is onder andere gebruik gemaakt van de publicaties 'Sint Martinus Beek. Over mensen, een gebouw en kerkschatten.' (deel 4 uit de serie 'Wat Baek ós bud') 
De Sint-Martinuskerk
De Sint-Martinuskerk is al sinds eeuwen de parochiekerk van Beek. Het huidige kerkgebouw is in 3 fasen tot stand gekomen in de periode 1888-1909, waarbij de leiding eerst bij de Duitse architect Lambert van Fisenne lag en later bij de Nederlandse architecten Jos Cuypers en Jan Stuyt.

Deze nieuwe kerk was een vervanging van een middeleeuwse kerk, die mogelijk nog terugging tot het midden van de 13e eeuw, aan het einde van de periode van de grote ontginningen. De huidige kerk is gebouwd in de neo-romaanse stijl, de voorganger kenmerkte zich door een mix van romaanse en gotische elementen. Zo had hij bijvoorbeeld een sterke Romaanse westtoren met boogfriezen, maar tegelijkertijd puntvormige gotische vensters. Die mix is op zich ook niet gek, want in de 13e eeuw ging de romaanse architectuur in deze contreien gaandeweg over in de gotische.

De versterkte westtoren had een meervoudige functie: natuurlijk was een sacraal landmark in het landschap en de plek waar de kerkklokken hingen, maar in tijden van oorlog en nood was het ook een vluchtplaats voor de Beekse bevolking. De muren waren dan ook extreem dik: circa 1,7 meter. Dat is veel meer dan nodig is vanuit bouwkundig oogpunt.

In hoeverre of hoe vaak de westtoren daadwerkelijk als vluchtplek is gebruikt is niet bekend. Het gebeurde in ieder geval in het jaar 1505, toen een Gelders leger Beek binnenviel, en het liep niet goed af… Dat weten we door de kroniek die de Beekse priester en chroniqueur Peter Tretpoel optekende. In zijn kroniek vermeld hij dat de bevolking van Beek in de toren vluchtte, maar dat het hen niet lukte om de Gelderse soldaten tegen te houden. Eerst staken die de kerktoren in brand, daarna heel Beek…

Vanaf het jaar 1633 kreeg de kerk met heel andere woelingen te maken. Beek was inmiddels onderdeel geworden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, en dat betekende dat de protestantse Beekenaren ook een kerk ter beschikking moesten krijgen. Aangezien Beek maar één kerk had, werd – zoals ook op veel andere plekken – voor een pragmatische (maar weinig geliefde) oplossing gekozen: zowel de katholieken als de protestanten mochten de Sint Martinuskerk gebruiken. Dit zogenaamde simultaneum duurde ruim 2 eeuwen, tot het jaar 1835 toen de protestanten hun eigen kerk kregen in de Raadhuisstraat.

Eind 19e eeuw bleek de Sint-Martinuskerk in dusdanig slechte staat te verkeren dat er dringend iets moest geboren. Al 1,5 eeuw eerder had de toenmalige pastoor Lambertus Nicolai geklaagd over de bouwvalligheid van de kerk: na een fikse regenbui op 5 juli 1748 was er zoveel water zo door de daken geregend dat ‘den gront der kercke scheen als eene overloopinge der Maese’. Niettemin zou het nog tot 1888 duren voordat er daadwerkelijk actie werd ondernomen, zoals boven vermeld.

Nog één keer kreeg de kerk oorlogsleed te verduren, toen de Duitse bezetter in januari 1943 de kerkklokken van de Sint-Martinuskerk confisqueerde. Tegenwoordig staat voor de kerk het Beekse oorlogsmonument dat alle Beekenaren herdenkt die gesneuveld zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. 
De Sint-Martinuskerk
Bron: www.monumenten.nl

De Sint-Martinuskerk, ca. 1885.

De oude Sint-Martinuskerk. Tekening uit 1884.