Genbroek
Kasteel Genbroek heeft het meest kasteelachtige uiterlijk van de 3 kastelen die de gemeente Beek rijk is. In zijn huidige vorm is het als buitenplaats ontstaan in de vroege 17e eeuw.

De geschiedenis van Genbroek is echter al veel ouder. De eerste vermelding dateert uit het jaar 1381 als een zekere Gerard Printen ermee wordt beleend. Twee jaar later gaat het over in andere handen, want dan wordt Werner Huyn van Amstenrade met het goed beleend. De eeuwen daarna zal het in handen van dit geslacht blijven.

Aan het einde van de 16e eeuw koopt de familie Mutsenich een derde deel van het complex. Deze familie bezat toentertijd ook de nabijgelegen Kelmonderhof. Ze laten een ouder gebouw verbouwen tot het huidige vierkante complex rondom een binnenplaats. Een poortgebouw is gedateerd op het jaar 1618.

Midden 17e wordt Genbroek als volgt omschreven: “hof, landen, weiden, bempden, met den geheelen huijsinghe, schuijren ende stallingen, groot 30 bounder met de halve vruchten erop”.

In 1825 koopt baron de Rosen het goed en geeft het zijn huidige aanzien. Niet alleen verbouwt hij een vleugel van het complex tot een gerieflijke woning, ook legt hij – volgens de toenmalige mode – een Engelse landschapstuin aan.

De vijvers die een essentieel onderdeel van deze tuin vormen, herinneren nog aan het ontstaan van de naam ‘Genbroek’. ‘Genbroek’ betekent letterlijk ‘het broek’. Een broek was een moerassig gebied. Voor boerenhoeves waren dit doorgaans te natte plekken, maar voor kastelen waren ze wel geschikt: het water kon namelijk worden gebruikt voor een natte gracht. 
Kasteel Genbroek gezien vanaf de oostzijde.
Bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultuur Erfgoed

Kasteel Genbroek anno 2017