Kastelen, hoeves en de kerk
De kernen van de huidige gemeente Beek waren in de gehele Middeleeuwen (en zelfs tot in het begin van 20ste eeuw) allemaal door en door agrarische nederzettingen. Ze bestonden voor het overgrote deel uit grotere en kleinere boerderijen. Een behoorlijk aantal daarvan zijn bekend uit de archieven, sommigen bestaan nog steeds zoals de Aldenhof, de Neerbeekerhof, de Kelmonderhof en de Geverikerhoeve.

Al deze boerderijen hebben een geschiedenis die teruggaat tot in de Middeleeuwen. Wellicht hebben sommigen een vroegmiddeleeuwse boerderij of zelfs een Romeinse villa als voorganger gehad, maar dat is nog nergens daadwerkelijk aangetoond.

Ook kent Beek drie kastelen die allemaal teruggaan tot in de Middeleeuwen: Sint-Jansgeleen, Huis Ten Dijcken en Genbroek. Daarbij moet overigens wel worden aangetekend dat dit allemaal nooit imposante kastelen zijn geweest zoals we ons die meestal voorstellen met torens, kantelen, een natte gracht, een ophaalbrug, enzovoort. Het waren alle drie in principe uit de kluiten gewassen versterkte boerderijen met een herenhuis. Ze werden ‘kasteel’ omdat hun eigenaren en/of bewoners een groot deel van de tijd van adel waren, en dat was toch een verschil met een gewone boer.

Een aparte positie neemt tenslotte nog de Oude Pastorie in. Zes eeuwen lang was dit de vroenhof van de Landcommanderij Alden Biesen. De Oude Pastorie was zowel het centrum van alle landerijen en bezittingen van de Duitse Orde als de woning van de pastoors van de Beekse Sint-Martinuskerk.
Zowel op de Ferrariskaart (boven) als de Tranchotkaart (onder) zijn verschillende oude hoeves en de kastelen nog goed terug te zien. De Ferrariskaart werd eind 18e eeuw getekend, de Tranchotkaart begin 19e eeuw.

Boven Huis ten Dijcken, onder
hoeve Printhagen.