Citaat
"Het slot, dat van verre tusschen de groene eiken en de zware kastanje-bomen in het midden van heerlijke beemden en weilanden zoo lagchend en zo bekoorlijk voorkomt, verwekt huivering en weemoed, wanneer men den drempel heeft overschreden." - Jos. Habets, 1857

Bron
Voor dit artikel is onder andere gebruik gemaakt van de publicaties 'Sint-Jansgeleen' (deel 9 uit de serie 'Wat Baek ós bud') en 'Kastelen In Limburg,
Burchten En Landhuizen (1000-1800)'.
Sint-Jansgeleen
Als je nu voor kasteel Sint-Jansgeleen staat is het lastig je voor te stellen hoe dit complex en zijn omgeving er enkele eeuwen geleden uit moet hebben gezien. Niet alleen ontbreekt het eigenlijke ‘kasteel’ – het voormalige hoofdgebouw van het complex -, ook razen aan de zuidzijde de auto’s op de A76 langs, en aan de noordzijde treinen over de spoorweg Sittard-Heerlen. Die spoorlijn heeft het complex ook nog eens losgesneden van de Sint-Jansmolen die nu aan de andere kant van het spoor (en de Geleenbeek) ligt.

De geschiedenis van Sint-Jansgeleen begon waarschijnlijk in de 12e of 13e eeuw toen er op deze plek een eerste voorganger van het huidige complex werd gebouwd. Waarschijnlijk was er een directe relatie met de Oude Kerk. De naam ‘Sint-Jansgeleen’ duikt in de 15e eeuw voor het eerst op als we in de archieven ‘Her Jans Gelene’ vinden, oftewel dat deel van Geleen waar heer Johan woont. In de 17e eeuw werd ‘Her’ op enig moment vervangen door ‘Sint’ en sindsdien is er altijd sprake van ‘Sint-Jansgeleen’.

Een beschrijving uit 1776 spreekt over een “Een seer groot en wel gebouwen Casteel, omringt met schoone wallen en vijvers.” Het zal de huidige bezoeker duidelijk zijn dat daar tegenwoordig geen sprake meer van is. Het eigenlijk kasteel raakte in het midden van de 19e eeuw in verwaarloosde toestand, en werd in de jaren ’30 van de vorige eeuw uiteindelijk gesloopt. Wat rest zijn de voormalige dienstgebouwen in de vorm van een dubbele open carré.

Zowel in de Middeleeuwen als daarna hebben verschillende adellijke geslachten Sint-Jansgeleen in hun bezit gehad. De oudste bekende bewoner (en bouwheer) was Dirk II van Schinnen die in 1286 overleed. Eind 14e eeuw kwam het goed in handen van de familie Hoen van Broeck (ook bekend van kasteel Hoensbroek) en daarna van het geslacht Rhoe van Opsinnich.

Het goed werd in 1558 samen met Spaubeek verheven tot heerlijkheid door de Spaanse koning Filips II en verpand aan Arnold II Huyn. Een wapensteen boven de ingangspoort vermeldt dat Arnold II Huyn en zijn vrouw Anna van Groesbeek in 1571 eigenaar waren van het kasteel. In 1654 werd het goed verheven tot graafschap, maar die status raakte het in 1794 – aan het begin van de Franse tijd – weer kwijt.

Na de Huyn’s kwam het goed achtereenvolgens in handen van de adellijke geslachten Von Salm, Von Dietrichstein en De Ligne. De laatste adellijke familie die het kasteel in eigendom had was de grafelijke familie De Marchant et D’Ansembourg, die het toen al behoorlijk verwaarloosde complex in het begin van de 20e eeuw verkochten.

In het complex zijn op verschillende plekken nog verschillende jaartallen te vinden: de bovenvermelde wapensteen van 1571, maar ook 1687, 1720, 1730 en – de oudste datum – 1567. Deze prijkt op de vrijstaande brouwerij. Dit is het oudste nog bestaande gebouw van het complex. De resterende gebouwen hebben tegenwoordig een agrarische functie.
Het inmiddels verdwenen 'kasteel' van Sint-Jansgeleen.
Bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Arnold II Huyn

Het wapenschild van Arnold II Huyn en zijn vrouw Anna van Groesbeek boven de ingangspoort van Sint-Jansgeleen.