Bron
Dit artikel is gebaseerd op de transcriptie van Peter Tretpoel's kroniek door Jos. Habets, zoals die in 1870 verscheen in de 'Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg'.

Beekse gebeurtenissen uit de kroniek
De eerste gebeurtenis die Peter Tretpoel’s kroniek vermeldt is de instorting van de brug van Maastricht in het jaar 1275. Het is een welbekend verhaal: op het moment dat een priester met een geconsacreerde hostie over de brug op weg is naar een zieke trekt ook een menigte feestende mensen over de brug. Hoewel de priester de hostie duidelijk toont trekken de feestvierders zich daar niets van aan. Met als gevolg dat ze daarmee God’s toorn over zich afroepen: die laat de brug instorten waarbij zo’n 200 feestvierders in de Maas vallen en verdrinken. (Tretpoel vermeldt niet wat het lot is van de priester en zijn hostie…)

Beek wordt voor het eerst in het jaar 1433 genoemd als Tretpoel melding maakt van het instorten van de toren van de Sint-Martinuskerk. Daarna komt Beek diverse malen terug in de kroniek:
  • 1437: uit de Sint-Martinuskerk worden 3 kelken uit het tabernakel gestolen. De dief wordt snel daarna opgehangen in Valkenburg.
  • 1442: geboorte Peter Tretpoel (indirect vermeld in 1469, zie daar)
  • 1460: ‘Her Johan Rubussche’ – pastoor te Beek – sterft. Datzelfde jaar wordt er een schietspel in Beek georganiseerd.
  • 1461: de pest (‘die groete sterft’) teistert Beek.
  • 1462: De ‘uyrklock’ – waarschijnlijk de klok van de Sint-Martinuskerk – wordt hersteld. Ook worden allerlei werkzaamheden uitgevoerd in de kerk. Zo ontvangt deze o.a. een schenking van prachtige metalen luchters voor het priesterkoor.
  • 1463: de oude altaren in de kerk worden vervangen door nieuwe.
  • 1466: na dood van hertog Filips van Bourgondië worden in het hele Land van Valkenburg, waaronder te Beek, de kerkklokken drie dagen achter elkaar geluid ter zijner nagedachtenis. (NB: Tretpoel vergist zich hier een jaar: Filips overleed namelijk in 1467.)
  • 1467: bij de kerk wordt het toneelstuk ‘Abraham’ opgevoerd. Nog nooit was het zo druk in Beek.
  • 1469: werkzaamheden aan de kerktoren worden hervat.
  • 1469: Tretpoel schrijft in de 3-persoon meervoud als hij melding maakt van de 1e Heilige Mis die hij opdraagt in de Beekse kerk: “Item inden selven jaer van LXIX ((14)69) op synte Remeysdach des heyligen buscops, due sanck Her Peter Trecpoel van Beyck syne erste mysse te Beyck in die kyrcke, inde due waer hy alt XXVII (27) jaer.
  • 1471: als gevolg van de oorlog tussen de koning van Frankrijk en hertog Karel van Bourgondië heeft de drossaard van Valkenburg – Diederik van Pallandt – sterke mannen opgeroepen uit alle gebieden die behoorden tot het Land van Valkenburg, waaronder Beek. Beek levert 8 mannen.
  • 1472: jonker Johan Rode van Spaubeek overlijdt.
  • 1476: een tienermeisje genaamd Styncken steekt verschillende branden aan in Beek.
  • 1504: de in korte tijd zeer rijk geworden Beekenaar Johan Sijen overlijdt in de herfst.
  • 1505: troepen van de Gelderse hertog Karel van Bourgondië brandschatten en verwoesten Beek: “Ze branden dat schoen doerp al te gronde kael aff, sonder dat Gasthuys, dat huys der armer luyden”. Het gasthuis blijft dus gespaard van de brandschatting. Maar de Sint-Martinuskerk dringen de Geldersen wel binnen. Ook deze zetten ze in vuur en vlam, net als de Vroenhof waar de pastoor woonde. Daarna trekken ze naar Neerbeek, dat ook werd afgebrand “op twe off dry huyssen noe”. 
De voorloper van de Maastrichtse Servaasbrug stort in. Links de feestvierders, rechts de priester met de hostie.

Filips de Goede, hertog van Bourgondië, geschilderd rond het jaar 1450 door Rogier van der Weyden.