(Land)commanderijen
De Duitse Orde had haar bezittingen in Europa verdeeld in verschillende zogenaamde Ordensprovincies. De provincies bestreken een bepaald gebied waarin een deel van de bezittingen van de orde waren verenigd.

De grenzen van deze Ordesprovincies kwamen dus niet overeen met territoriale of diocesane grenzen (= grenzen van een bisdom). Ze lagen her en der verspreid in deze gebieden.

Aan het hoofd van elke Ordensprovincie stond een landcommanderij (ook balije genoemd). Aan het hoofd van de landcommanderij stond de landcommandeur. De landcommandeurs stonden onder het gezag van de Duitsmeester – de hoogste baas van de orde in Noord-west Europa. Onder een landcommanderij vielen een aantal commanderijen.

De dichtstbijzijnde landcommanderij in onze regio was de landcommanderij Biesen, niet ver over de grens bij Maastricht in het Belgisch-Limburgse plaatsje Rijkhoven. Andere landcommanderijen die in de buurt lagen waren die van Utrecht, Münster, Koblenz en Trier.

Onder de commanderijen vielen vervolgens weer een of meerdere vroenhoven: een centrale boerderij die het beheer van een bepaald (landbouw)gebied onder haar hoede had en de inkomsten uit dat gebied inde. ‘Vroenhof’ komt van ‘vroon’ dat ‘heerlijk bezit’ betekent. ‘Vroenhof’ betekent dus ‘het erf van de leenheer’.

Een van die vroenhoven was de Vroenhof van Beek.
Copyright: Marco Zanoli, bewerking: KF inHeritage.

De 12 Landcommanderijen in Noordwest-Europa waren (van noord naar zuid):
  • Utrecht
  • Saksen
  • Westfalen
  • Biesen
  • Thüringen
  • Marburg
  • Koblenz
  • Lotharingen
  • Franken
  • Elzas-Bourgondië
  • Oostenrijk
  • Bolzano (Bozen)