Organisatie en levensonderhoud
De hoofdtaken van de Duitse Orde bestonden uit gewapende strijd tegen heidenen en ketters enerzijds en zieken- en zielzorg anderzijds. Beide takenn kostten vooral geld (oorlogsbuit daargelaten). Daarom was het van belang dat de orde een structureel inkomen had dat voorzag in het levensonderhoud van de alle leden van de orde en het voeren van oorlog enerzijds en de uitvoering van zieken- en zielzorg anderzijds mogelijk maakte.

Om in deze behoefte te voldoen verwierf de Duitse Orde al snel naar haar oprichting vele schenkingen of kocht ze zaken aan. Die schenkingen en aankopen konden van alles zijn:
  • onroerend goed (burchten, hoeven, huizen, …)
  • weiden & akkerland
  • wijngaarden
  • bossen
  • gerechtsinkomsten
  • tiendopbrengsten
  • geld
De opbrengsten van al deze bezittingen werden ten eerste gebruikt voor het eigen levensonderhoud van de orde. De overschotten werden gebruikt voor verkoop/handel. (In Noord-west Europa dreef de orde bijvoorbeeld veel handel in graan en hout.)

Met uitzondering van het Baltische gebied lagen de bezittingen van de orde zeer verspreid door Europa. Om al die bezittingen toch goed te kunnen besturen en beheren werden ze – zodra ze voldoende inkomsten opleverden voor een deel van de Ordesgemeenschap, samengevoegd tot een commanderij.
Verschillende commanderijen werden vervolgens onder het beheer van één landcommanderij (of balije) verenigd.
Copyright: Marco Zanoli, bewerking: KF inHeritage.