17de en 18de eeuw
In 1661 – een decennium na het einde van de Tachtigjarige Oorlog - werd Beek (door het partagetractaat) Staats (= ‘Nederlands’) grondgebied. De Vroenhof werd zwaar belast, maar de Duitse orde bleef wel grondeigenaar. De orde moest jaarlijks een groot bedrag betalen aan de Staatse rentmeester.

Sinds deze tijd woonden de (katholieke) pastoors van de Duitse Orde waarschijnlijk permanent op de Vroenhof. Voorheen kwam het nogal eens voor dat de pastoors een plaatsvervanger (kapelaan) benoemden die in Beek de zielzorg voor zijn rekening nam, terwijl zij zelf elders verbleven (bijvoorbeeld in Alden Biesen of Nieuwen Biesen). De kapelaan kreeg daar dan een vergoeding voor (die uiteraard lager was dan het inkomen van de pastoor.)

Tussen 1675 en 1700 bouwde pastoor Edmund Henckelius op eigen kosten een pastoorswoning op de Vroenhof. Waarschijnlijk verbouwde hij daarvoor het voormalige poortgebouw.

De vroegste afbeelding die we kennen van de Vroenhof staat afgebeeld is de Trachotkaart van 1802. De kadastrale minuutkaart van 1811-1832 laat hetzelfde beeld zien: een omgracht terrein van ca. 75 x 80 meter met daarop een U-vormig gebouw. Dit gebouw is het voormalige poortgebouw van de Vroenhof, waarin – in het verlengde van de toegangsweg – tot eind 17de eeuw de toegangspoort tot de Vroenhof zat.

De U-vorm kreeg de pastorie tussen 1775 en 1781: in 1775 liet pastoor Johannes Kerkhofs de noordoostelijk vleugel bouwen. In deze vleugel lagen een zaal en een waskeuken en hij was onderkelderd. In 1781 werd de zuidwestelijke vleugel aangelegd. Daarin werden een stal en een bakhuis ondergebracht. Op de kopse gevel van deze vleugel liet Johannes Kerkhofs een gevelsteen met de inscriptie ‘JK anno 1781’ aanbrengen. In de andere (verdwenen) vleugel zou ook een gevelsteen hebben gezet met de tekst: 'ECCe AltissIMI proVIDentIa EXaltor'. Oftewel: 'door de Voorzienigheid van de Allerhoogste ben ik verheven'.

Met deze beide aanbouwen kreeg de oude pastorie een U-vorm, waarvan de lange gevel in noord-zuid-richting parallel aan de straat lag. Een dergelijke U-vormige plattegrond was in die tijd een teken van status en prestige. Wat in Beek wel grappig is in dat kader, is dat het gebouw voor een groot deel uit vakwerk was opgebouwd. Waarschijnlijk waren enkel de gevels aan straatzijde van steen. De U-vorm moest dus prestige uitdrukken, maar was een voor deel niet meer dan schone schijn…

Naast de bovengenoemde ruimtes bevonden zich in de Oude Pastorie in die tijd onder andere een bakhuis, een brouwerij en stallen. De niet bebouwde grond binnen de gracht was waarschijnlijk in gebruik als moestuin.
De Oude Pastorie op de Tranchotkaart uit 1802.

Het kadastraal minuutplan uit de periode 1811-1832.

De mergelstenen gevelsteen met de inscriptie 'JK anno 1781'.

Copyright: Res Nova Monumenten