Bron
Deze pagina is grotendeels gebaseerd op het artikel 'Duits ordenpastoors van Beek' van de  Beekse historicus Jacques Aussems, dat verscheen in Becha, jaargang 5, nr 3.
Beekse pastoors
Waarom heette de ‘Oude Pastorie’ zo? Normaal ligt een pastorie immers naast de kerk, niet op een kilometer afstand van de Sint-Martinuskerk zoals in Beek het geval is. De uitleg ligt in de geschiedenis van de plek.

Tussen 1247 en 1283 verwierf de Duitse Orde driekwart van het patronaatsrecht van de Sint-Martinuskerk. In 1293 schonk Walram van Valkenburg het ontbrekende kwart. Het patronaatsrecht of begevingsrecht hield in dat de houder van dat recht de pastoor van een parochie mocht kiezen. Voor de Duitse Orde was dat interessant omdat er inkomsten verbonden waren aan het pastoorschap. De Duitse Orde hoefde bovendien geen belasting af te dragen aan het bisdom waaronder de parochie viel, waardoor de inkomsten van een parochie – na aftrek van de bezoldiging van de pastoor - grotendeels in de kas van de commanderij belandden.

Na het verkrijgen van het patronaatsrechts benoemde de Duitse tot begin 19de eeuw pastoors in Beek. Het waren allemaal priesters van de Duitse Orde.

Het grootste deel van deze pastoors doorliep (in ieder geval in de laatste eeuwen) dezelfde ‘carrière’: in hun studiejaren studeerden ze aan het Duits college dat verbonden was aan de Universiteit van Leuven. Daar studeerden ze in ieder geval theologie, Latijn en filosofie. Velen werden rond hun 27ste geprofest tot priester, waarna ze enkele jaren in het priesterconvent in Nieuwen Biesen in Maastricht verbleven; waarschijnlijk in afwachting van een vrijkomende post als pastoor in een van de parochies van de Duitse Orde. Als er ergens een post vrij kwam werden ze er pastoor om dat tot hun dood te blijven.

Johannes Kerkhofs
Laten we er één pastoor uitlichten voor een verdere beschrijving: Johannes Kerkhofs. Hij werd geboren op 18 juni 1734 in Beek in een vooraanstaande Beekse familie. Vanaf 1753 studeerde hij aan het Duits college te Leuven.

Vanuit Beek kende hij de Duitse Orde natuurlijk, dus het is niet vreemd dat hij voor deze orde koos toen hij klaar was om priester te worden. In 1758 werd hij opgenomen in de Duitse Orde. Hij kende Latijn, Duits en Nederlands. Hij bleef tot 1761 in het priesterconvent in de Nieuwen Biesen. Daarna maakte hij snel carrière: in 1761 werd hij onderpastoor van Alden Biesen en in 1763 pastoor en gasthuismeester aldaar. In 1772 werd hij benoemd tot pastoor in zijn geboortedorp Beek (waarschijnlijk op eigen verzoek).

In 1781 liet hij de pastorie in Beek – waarschijnlijk op eigen kosten – verbeteren. Een gevelsteen met de inscriptie ‘JK anno 1781’ herinnert daar nog aan.

In 1784 werd hij verzocht om in de Nieuwen Biesen sacrist te worden (de sacrist begeleidde priesterstudenten in het convent én was bedienaar van de kerk van de Nieuwe Biesen), maar Kerkhofs weigerde en bleef pastoor in Beek tot zijn dood op 3 maart 1796.
Van geen enkele Beekse pastoor is een afbeelding bekend, maar qua kleding zal hij er (na 1606) ongeveer zo uit hebben gezien.
Bron: Karlsruhe, Generallandesarchiv

Lijst van pastoors
  • 1400: Daam (Adam) van Wijnaartsberge
  • 1430 - 1450: Art (Arnold) van Reek / (of: Reck)
  • 1454 - 1460: Johan Robusch
  • 1461 - 1482: Gerrit van Mewen
  • ?: Johan Coex
  • 1505 - 1538: Nicolaas van der Kannen (of: Cammen)
  • 1538 - 1549: Claes van Mervell
  • 1549 - 1554: Johannes Seron
  • 1554 - 1578: Petrus van Oensel (ook bekend als: Peter van der Lammen)
  • 1578 - 1580: Laurens (Lens) Hoeffnagel
  • 1580 - 1612: Cornelius Bodegraeff
  • 1612 - 1620: Winand Johannes alis van Roosmeer
  • 1620 - 1633: Arnoldus de Greeff
  • 1633 - 1638: Georgius Morberius
  • 1638 - 1659: Nicolaus Primetius
  • 1659 - 1702: Edmond Henckelius (of: Henckels)
  • 1702 - 1717: Petrus Adam Nicolaus Daemen
  • 1717 - 1744: Lambertus Nicolai
  • 1744 - 1748: Huberust de Haes
  • 1748 - 1751: Johan Peter Cortemunde
  • 1751 - 1753: Andreas Beckers
  • 1753 - 1772: Johan Godfried Soutzen
  • 1772 - 1796: Johannes Jozef Kerkhofs
  • 1796 - 1822: Jozef Antoon Thomas Coenen