De middeleeuwen
De bouwgeschiedenis van de Oude Pastorie en de andere bouwwerken die op het terrein van de voormalige Vroenhof hebben gestaan is er een met nog vele hiaten en onduidelijkheden. Bij deze toch een poging om samen te vatten wat historici en archeologen erover (denken te) weten.

Begin 13de eeuw stond op de plek van de Oude Pastorie een gebouw dat in een archiefstuk uit 1225 de 'villa van Neerbeke' wordt genoemd. Vermoedelijk is dit het centrum van de heerlijkheid Beek die in bezit is van de Heren van Valkenburg.

In 1293 duikt de naam ‘Vroenhof’ voor het eerst op in de archieven: in dat jaar werd het perceel en de bijbehorende gebouwen geschonken aan de Duitse orde. Hoe die Vroenhof er uit heeft gezien is niet bekend; mogelijk was het een omgrachte woon- of verdedigingstoren met enkele bijgebouwen. Waarschijnlijk waren er ook verdedigingswerken, waaronder een gracht. Tijdens een archeologische opgraving in 2016 werden even buiten het terrein van de Oude Pastorie onder andere bewoningssporen uit de 12de en 13de eeuw gevonden. Zijn dit de resten van de ‘villa’?

De Duitse Orde verwierf in 1293 niet alleen de grond en gebouwen, maar ook de daarbij horende patronaats-, tiend- en laatrechten. Daarmee werd de plek een Vroenhof van de Duitse Orde: het was zowel een bestuurlijk-administratief centrum van waaruit de bezittingen van de orde rondom Beek werden beheerd, als een centrumboerderij voor gronden in en rond Beek.

Door het verkrijgen van het patronaatsrecht mocht de Duitse Orde de pastoors van de Sint-Martinuskerk in Beek benoemen. Dat recht behielden ze tot begin 19de eeuw.

In hoeverre de Duitse orde na het verwerven van de Vroenhof zelf bouwactiviteiten heeft ontplooid is onbekend.

In 1505 werd de Vroenhof verwoest door Gelderse troepen. De Beekse kroniekschrijver Peter Trecpoel vermeldt hierover: “inde sy branden den Vroenhoff, des pastoers woenynghe vander kercke, inde die groette Xde Schuyre, inde die cleyn schuyre tue behorende den duytschen Heren vanden Byessen al kael af.”

Hoe groot de Vroenhof destijds was, hoeveel er werd verwoest en hoeveel de brandschatting overleefde is onduidelijk. In ieder geval stonden er op dat moment op de Vroenhof een pastoorswoning, een (grote) tiendschuur en een kleine schuur. In de tiendschuur werd de belasting van de pachters opgeslagen. Zij moesten 10% van hun oogst afdragen aan hun leenheer. Vandaar: ‘Tiendschuur”. De tiendschuur werd vermoedelijk tussen 1594 en 1598 herbouwd.
Recente archeologische vondst uit de gracht: een halve duit van het prinsbisdom Luik, geslagen in 1594.

Copyright: RAAP


Recente archeologische vondst uit de gracht: fragmenten faience of majolica uit de grachtvulling, waarschijnlijk uit de periode 1600-1780.

Copyright: RAAP